Christoffel Waelkens Hoogleraar sterrenkunde aan de KU Leuven

Christoffel Waelkens, Hoogleraar sterrenkunde aan de KU Leuven



Vanaf het begin heb ik de intuïtie meegekregen dat het christendom geen aaneenschakeling van kleine verhaaltjes is, maar dat het om één groot verhaal gaat. (…)

Een Godsbewijs is iets anders dan een wetenschappelijk bewijs. Geloven is iets anders dan weten. Geloven is geen pure feitenkwestie, het is een stap zetten. Er bestaat geen geloof zonder dat ongeloof een alternatief is: je kunt maar zinvol ja zeggen als je ook weet dat nee bestaan. (…)

Ik vind het dan ook belangrijk om dat geloof als het ware te onderhouden met rituelen. Iedere week probeer ik te herbronnen in de zondagsmis

Samengaan van geloof en wetenschap

Het is al even ter sprake gekomen: ik ben een sterrenkundige. Niet zelden krijg ik de vraag of een wetenschapper wel gelovig kan zijn, en die vraag komt niet enkel van collega-wetenschappers. We leven in een wereld waarin vele mensen denken: ‘Een wetenschapper kan geen gelovige zijn, want wetenschap heeft toch door hoe de dingen werkelijk in elkaar zitten.’ En dat getuigt voor mij van een niet helemaal begrijpen van wetenschap en een niet helemaal begrijpen van geloof.

De vraag over het samengaan van geloof en wetenschap is trouwens al zeker 2000 jaar oud: ze wordt vermeld in het Nieuwe Testament, de episode van Paulus in Athene op de Areopaag. De Griekse intelligentsia verneemt dat er een interessante mens rondloopt en ze willen daar wel een keer mee praten. Paulus ontdekt in de stad een tempel voor een onbekende, en hij zegt: ‘Hoe is dat nu mogelijk? Hoe kunnen zo’n slimme mensen zo’n simplistisch Godsbesef hebben?’ Ze beginnen met elkaar te praten en de discussie gaat eigenlijk over wie God is. Uiteindelijk vinden ze dat toch wel interessant, maar de Grieken botsen finaal op één ding en dat is de opstanding der doden. Verrassend modern eigenlijk. Er is nog steeds dezelfde wetenschappelijke vraagstelling over hoe de wereld in elkaar zit, en moderne mensen hebben de neiging om te vragen: ‘Hoe kun je geloven in de opstanding der doden, want de microbiologie leert toch dat dat niet kan?’ Alsof mensen, voordat we de microbiologie hadden, allemaal zomaar om het even wat zouden geaccepteerd hebben. Het probleem stelde zich 2000 jaar geleden eigenlijk in dezelfde termen als vandaag. De wetenschap heeft vandaag ook geen antwoorden op de ultieme vragen: ‘Wie zijn wie? Waarom is de wereld er? Wat is de zin van dit alles?’ De meeste wetenschappers verstaan dat heel goed, sommigen wat minder of niet.

De reden is een naïef beeld over wetenschap en tegelijkertijd over God. Inderdaad, de wetenschap kan sommige dingen zeer rationeel aantonen en bewijzen. Maar betekent dat dat alleen rationele dingen betekenis hebben? Dat is niet waar, de ultieme vragen kun je op geen enkele manier bewijzen. Er blijft altijd ruimte voor een wonder. Om de wiskundige Simon Stevin te parafraseren: ‘Wonder is toch een wonder!’ Of, met Boudewijn De Groot: ‘Achter iedere deur die je opendoet, gaat een andere deur weer dicht, en nooit wordt er meer dan de tip van de sluier opgelicht’, en zo gaan we altijd dieper en dieper. En je kunt zeggen: ‘Komt er nog een deurtje? Er is altijd nog één.’ Het wonder is onuitputtelijk. Is het dan de moeite om verder te gaan? Jawel, en dus zal ik God ook niet helemaal snappen, ik zal Hem blijven zoeken. Zoals ik ook in mijn wetenschap nooit het laatste woord zal kennen.

 

Verder lezen? Ontdek het boek ‘Elke dag geïnspireerd. Christenen getuigen’ in de webshop van Kerknet!

Bron: H. Geybels, E. Simoen, Elke dag geïnspireerd. Christenen getuigen, Kalmthout, Pelckmans Pro, 2016, p. 33-37. (ISBN 978 94 6337 008 0).