Een kleine leefregel


Inleiding


Het doopsel is het begin van de weg van een christen. Maar wie op weg gaat, heeft een wegwijzer nodig. Hij heeft nood aan een kleine leefregel. Voedsel voor onderweg is er: het Woord van God en de aanrakingen van God, de sacramenten. Maar om te luisteren en te beleven is er tijd nodig. Dit is niet altijd eenvoudig; er zijn de verantwoordelijkheden en dagelijkse zorgen. Maar deze leefregel zal daarbij niet hinderen, maar helpen om – elk in zijn eigen situatie – te doen wat God van hem vraagt.

Kruisteken


De dag beginnen met het kruisteken. Dit is zo eenvoudig en toch is het gebaar een gebed dat amper te evenaren is. We gaan binnen in die stroom van liefde en leven, die de Vader, de Zoon en de Geest verbindt.

Tevens stellen we ons in het teken van Jezus’ Kruis, de bron van onze verlossing die nooit ophoudt te vloeien. We mogen staan in het hart van Jezus’ offer. We tekenen ons eerst met de verticale dimensie van het Kruis en tonen zo dat we ook verticaal willen leven: Godsverbonden. Maar ook horizontaal, verbonden met de mensen en de wereld. En we mogen de dag met vertrouwen tegemoet zien: “Voor wie God liefhebben, keert alles zich ten goede” (Rom. 8, 28).

Als we het kruisteken maken in verbondenheid met Maria, dan zetten wij de juiste toon van ons loflied en onze beschikbaarheid. Zoals Ambrosius het zei: “Dat ieder het hart van Maria mag hebben om de Heer te prijzen; dat iedereen de geest van Maria mag hebben om God te verheerlijken”.

Laten we het kruisteken traag en rustig maken, zoals Bernadette het van Maria had geleerd.

Dagelijkse Evangelielezing


In  elke Eucharistie leest de Kerk ons voor uit de heilige Schrift. Niet iedereen heeft de gelegenheid om dagelijks de Mis te kunnen bijwonen. Maar we kunnen wel elke dag een paar minuten uit de Schrift lezen.

Zo krijgen we voedsel en kracht. Door ons elke dag onder het Woord te stellen en ons hart te laten raken worden we ook verbonden op een mysterieuze wijze met al onze broers en zussen van de hele wereld. We vormen één grote, universele familie. Vooral als we het evangelie van de Mis van die dag gaan lezen. Die boodschap weerklinkt immers over de hele planeet.
Natuurlijk is de theologie belangrijk om de Schrift te begrijpen, maar de essentiële woorden die het evangelie gebruikt, zijn heel gewone woorden zoals: liefhebben, vergiffenis schenken, bidden, delen, … Die woorden hebben niet zoveel studie nodig: ze vragen geloof en moed.

Verbonden met Maria


Nog meer dan Paulus en de andere heiligen, is Maria iemand die kan getuigen: ” …ik leef, maar niet ik, het is de Christus die in mij leeft.” (cfr. Gal. 2,20). Inderdaad, Maria weet wat het betekent, te leven in de gemeenschap van de heilige Drie-eenheid: ze is de dochter van de Vader, de moeder van de Zoon en de bruid van de Geest.

In alle stappen van haar leven, zegt Maria haar “ja”. “Niemand beter dan Maria kan ons meer helpen om naar Christus te kijken … het is de droevige blik van een vrouw wanneer ze op Golgotha staat onder het kruis; of de stralende blik op de Paasmorgen door de vreugde van de Verrezene; of de hartstochtelijke blik bij de uitstorting van de heilige Geest” (Hand. 1,14).
(Johannes-Paulus II, Apostolische brief “Rosarium Virginis Maria – De rozenkrans van de Maagd Maria”, nr. 10, 2002). De rozenkrans bidden is precies dat alles, het is de weg van het geloof in Jezus Christus gaan, die Maria is gegaan”.

In het eerste hoofdstuk van het Matheus-evangelie zegt de engel: “Jozef, zoon van David, wees niet bevreesd Maria, uw bruid tot u te nemen; het kind uit haar geboren is van de heilige Geest” (Mt. 1,20). En in het voorlaatste hoofdstuk van het Johannesevangelie staat er: “Toen Jezus zijn moeder zag en naast haar de geliefde leerling, zei Hij: ‘Vrouw ziedaar uw zoon’. En daarna tot de leerling: ‘Ziedaar uw moeder’. En vanaf dat uur nam de leerling haar bij zich in huis” (Joh. 19,26-27). Kan het duidelijker?

Eucharistie als geestelijk voedsel


Als we Eucharistie vieren, is dit telkens een bevoorrecht moment. Al onze vreugden en zorgen, heel ons leven bieden we dan aan God aan. Tevens worden we gevoed met goddelijke spijs, om zout van de aarde en licht van de wereld te kunnen zijn.

Tijdens de Eucharistie stellen we ons immers helemaal open voor al wat God ons wil zeggen en geven. We openen ons oor en onze mond voor God: Hij geeft ons zijn Woord en het Lichaam en Bloed van zijn Zoon. Bij de offerande leggen we bij de hostie en in de kelk, al onze liefdesbekwaamheid en al onze liefdesonmacht. Christus neemt ze mee met zich en brengt ze bij de Vader. En elke keer worden we daardoor meer en meer aan Christus gelijk.

Na de Eucharistie, is onze taak niet af. We moeten alles vertalen in ons dagelijks leven. Het is precies dat wat de priester ons zegt bij de wegzending “gaat nu allen heen in vrede”. Het is het einde van de Mis, maar evenzeer het begin van onze zending.

Deelnemen aan de zending van de Kerk


Veel christenen zoeken dus voedsel voor hun geloof in onderricht en bemoediging om te leven als christen. Ze zorgen voor hun ziel.

Maar daar is ook nog de zorg om de andere. Een echt christen cirkelt niet rond zichzelf. Hij breekt uit de gesloten cirkel van zichzelf om naar anderen te gaan. Hij is missionair.

Die missionaire dimensie is er wanneer mensen zich geroepen weten tot een caritatieve of sociale dienst, tot geestelijke begeleiding van anderen of tot Bijbelse vorming, liturgie en catechese. De één doet dat in de parochie, de ander in het bisdom; nog een ander op internationaal niveau. Deze zending kan iets eenvoudig zijn.

De roeping tot zending is er geen tot activisme, maar een roeping om de gemeenschap mee op te bouwen vanuit de liefde van Christus voor elke mens. Laat ons geen schrik hebben om nederig onze vreugde van het christen zijn met anderen te delen.
De vorm die de zending aanneemt kan verschillend zijn, maar er is er een die we niet kunnen omzeilen: de zending van het gebed. Allemaal worden we daartoe uitgenodigd.

Een plaats – een klein Cenakel – is nodig, opdat christenen elkaar kunnen ontmoeten.

Die kleine groepen, die we “Cenakelgroepen” of “Cenakelcellen” kunnen noemen, zijn diep geïnspireerd door het eerste Cenakel waar de apostelen, verenigd met Maria, op de heilige Geest hebben gewacht die de Heer hen had beloofd.

Als christenen elkaar ondersteunen in hun geloof, in hun dienstbaarheid aan de mensen, dan groeien we als christelijke gemeenschap.

Sacrament van de Verzoening


Het verzoeningssacrament is een sacrament van genezing. Onze zonden maken wonden in ons hart, die bloeden. De biecht is de bloedtransfusie die onontbeerlijk is bij bloedverlies en bloedarmoede. De biecht geneest de wonden en sterkt ons in onze zwakheden.

De Vader staat altijd op wacht; zo zegt Jezus het in de parabel van de ‘verloren’ Zoon, of beter nog van de ‘barmhartige’ Vader. Hij wacht ons op ook als we nog veraf zijn en nog aan geen terugkeer denken. Hij zal ons omarmen en feest houden als wij terug gaan.

Het verzoeningssacrament gaat ook veel verder dan psychologische hulp zoals bij een psycholoog of psychiater. We worden tot diep in onze ziel tot vrede gebracht. Onze schuld wordt weggenomen, wat God alleen kan. De genade van de biecht is meer dan een troostend woord van de priester, een duw in de rug. De biechtgenade geeft kracht en energie om verder te leven; ze geeft niet alleen goede raad, inzicht en bemoediging.

Deze twee sacramenten – de eucharistie en het sacrament van de verzoening – kunnen we regelmatig ontvangen. De andere sacramenten – doopsel, vormsel, huwelijk – zien we dikwijls enkel als sterke tijden in ons leven. We mogen natuurlijk niet vergeten hun verjaardag te vieren, zoals bij voorbeeld de dag van het huwelijk. Maar de genade van die sacramenten is ons echter gegeven om er dag na dag van te leven, zoals dit ook geldt voor de priesterwijding.
Overigens alle sacramenten – dus ook de ziekenzalving – geven ons kracht.
Centraal staat de eucharistie, die om zo te zeggen alle sacramenten omvat, is hoogtepunt en bron van elke christelijke gemeenschap. Als we de mogelijkheid hebben om ook eens door de week te naar de eucharistie te gaan, wordt onze verbondenheid met Christus en met de gemeenschap rondom ons groter.

Even stilstaan


Meer en meer christenen zien uit naar een langere tijd van verdieping, of zij nu al dan niet deel uitmaken van een gebedsgroep, een deelgroep of een groep van evangelisatie.
Nu wij leven in een wereld zonder duidelijke bakens wordt zo’n moment van bezinning meer en meer als broodnodig ervaren. Wij moeten ons innerlijk leven terug tot eenheid brengen en onderscheiden of wat wij aan het doen zijn overeenkomt met de wil van God. Wij moeten, zoals de Heilige Augustinus het zegde, opnieuw ontdekken “dat ons geluk in God gelegen is”.

Vele bestaande initiatieven komen aan dit verlangen tegemoet, mee bepaald tal van weekend recollecties en retraites.
Christelijke vorming is onontbeerlijk voor de christen. Niemand kan zich toch inbeelden dat ingenieurs of dokters niet op de hoogte zouden blijven van de laatste ontwikkelingen in hun domein. Ook de christenen moeten “bijblijven” met wat leeft in de Kerk.. Om daarbij te helpen zijn er tal van uitgaven – tijdschriften, boeken – cursussen en vormingssessies die in alle bisdommen worden georganiseerd en die betrekking hebben op de verschillende aspecten van de christelijke boodschap.

Tot slot heeft God ons geroepen uit het niets en heeft ons leven en bestaan gegeven. Jezus Christus is gekomen om ons vrij te maken en bekwaam om te beminnen zoals Hij.
Zelf is Hij tot ons gekomen om ons uit te nodigen tot een leven van gemeenschap met Hem. Hij heeft aan alle mensen willen zeggen dat Hij gekomen is “opdat zij leven zouden hebben en leven in overvloed“. (Joh. 10,10). Als we aanvoelen welk vertrouwen Hij heeft geschonken, waarom zouden we dan niet “Ja!” zeggen En dat zeggen in verbondenheid met Maria.
In feite zal deze kleine leefregel ons helpen om te gaan leven binnenin het totale “ja” van Maria.

Bestellen


Een kleine leefregel