Kardinaal Suenens

De homilie van kardinaal Danneels, bij het overlijden van kardinaal Suenens, geeft wellicht het best de figuur van kardinaal Suenens weer. Ziehier enkele uittreksels:

Historici zullen wel, en met deskundigheid, de buitenkant van de Kardinaal beschrijven, zijn uiterlijk portret maken: opsporen wat hij allemaal heeft gedaan. Zijn moreel portret, dat is alleen God bekend, want Hij is de enige die weet hoeveel en hoe intens hij heeft bemind. Maar daar tussenin is er plaats voor een ‘innerlijk portret’ van de Kardinaal. Wie was hij dan wel?

Vol verwachting voor het nieuwe van elke dag

kardinaalDe Kardinaal was een man van de vroege ochtend: hij stond heel vroeg op, en dit tot op zijn laatste dagen. Hij was een waker, die uitkeek naar elke zonsopgang in de Kerk. Hij hield van de tekst van de profeet Jesaja: “Zie, zegt God, Ik ga iets nieuws maken, het is al aan het kiemen, weet u dat niet?” (Js 43,19).

Alles wat bewoog, alles wat kiemde, alles wat in bot stond, klaar om te bloeien, zowel in de Kerk als in de wereld, had hij meteen gezien. De Kardinaal zat altijd op de punt van zijn stoel, beweeglijk, gereed: mobiel als de heilige Geest. Hij voelde de wind van de Geest waarover Jezus het had in zijn gesprek met Nikodemus: “Hij waait waar hij wil, men hoort zijn stem, maar men weet niet van waar hij komt en waarheen hij gaat.” (cfr. Joh 3,8). Hij voelde Gods adem op zijn huid. Hij was een man van het Cenakel: heel zijn leven lang vertoefde hij in de bovenzaal, met Maria en de twaalf, uitkijkend naar de wind van de Geest, die over de stad zou blazen. Voor hem was elke morgen een nieuwe Pinkstermorgen.

De Kerk vond hij altijd verrassend jong. Hij keek haar aan zoals een vader, die op het gezicht van zijn dochter speurt naar de frisheid van haar jeugd.

Hij was een uitstekend weerman in de Kerk. Vóór dag en dauw voorzag hij welk weer het zou worden, verder op de dag. Zo ging het ondermeer met het Legioen van Maria, de eerste van zijn ontdekkingen. Hij voelde het. Hier wordt iets nieuws geboren: het engagement van leken, het bidden met Maria in het Cenakel, het geloof in de kracht van de Geest, de directe evangelisatie van mens tot mens. Want, zei hij, je bent maar een volwassen christen als je een andere christen hebt gemaakt. We moeten de wereld ‘in de verleiding brengen om te geloven’. Hij wist waar de beloften zaten in de Kerk en hij voorzag waar iets zou bewegen.

De Kardinaal samen met aartsbisschop Ramsey van Canterbury

De Kardinaal samen met aartsbisschop Ramsey van Canterbury

Het contact met Dom Lambert Beauduin had hem al heel vroeg gevoelig gemaakt voor het œcumenisme. In een tijd waar God dreigt te verdwijnen van het toneel, waar de zin voor transcendentie afstompt, waar het geloof wegdeemstert en de liefde daalt tot wintertemperaturen, kan het immers niet anders: allen die geloven in de God van Jezus Christus, moeten hun krachten bundelen om de Godsgedachte en de liefde van Christus hoog in het vaandel te dragen boven het gewoel heen. Ja, hij wist waar de beloften zaten in de Kerk en hij voorzag wat er aan het kiemen was.

Vaticanum II

Vaticanum II

Dan was er Vaticaan II. Dat was de grootste belofte: de Kerk jonger maken, aan Christus’Bruid het gezicht van haar jeugd teruggeven, zonder vlekken of rimpels. Alles werd geboren of herboren in het begin van die jaren zestig: de collegialiteit van de bisschoppen rond Petrus, de medeverantwoordelijkheid van het hele Godsvolk, het engagement van de leek, de hervorming van het kloosterleven, de gewetensvrijheid, een Kerk die alle vreugde en hoop, alle droefheid en angsten van de mens wou delen. Gaudium et Spes, luctus et angor. Hij wist wat er beloftevol was in de Kerk en hij voelde waar.

De kardinalen-moderatoren, waaronder Kardinaal Suenens, van het Concilie

De kardinalen-moderatoren, waaronder Kardinaal Suenens, van het Concilie

Tenslotte was er de charismatische Vernieuwing. Hoe kon het dat een Kardinaal die zelden op zijn gezicht enige emotie toeliet, die kaarsrecht liep tot op hoge ouderdom, onbeweeglijk, met een krachtige en sonore stem, dat die zich thuis voelde te midden van die bonte menigte die zong, danste, in de handen klapte en bad in tongen? Was dit een inhaalbeweging of bekering tot de wereld van fantasie en verbeelding, van een man die vond dat hij tot dan toe al te ernstig was geweest en te bewust van zijn verantwoordelijkheid? 

Neen. In de Vernieuwing herkende hij de Kerk van de Handelingen der Apostelen, waar hij altijd naar uitzag: met haar liefde voor de Schrift, voor het spontane gebed, haar enthousiasme en haar vreugde, haar gemeenschapsgevoel, haar aandacht voor het waaien van de Geest, het bruisen van de charismen zoals te Korinte en in de andere paulinische Kerken. De charismatische Vernieuwing gaf in het leven van de christen aan het lichaam en het hart, hun rechtmatig deel terug.

‘De wind kunnen we niet doen keren.
We kunnen wel onze zeilen bijstellen.’

Hij voelde waar er iets bewoog in de Kerk. Maar de vraag was hoe dat ook aan andere te doen voelen? Ideeën hebben is één zaak, er anderen van overtuigen is een andere. Hij zei vaak: het volstaat niet dat we de waarheid hebben, we moeten ze kunnen overdragen! Dat is de uitdaging.

Hij heeft die uitdaging in Vaticaan II op een bewonderens-waardige wijze aangegaan. En met succes. Paus Johannes – Paulus II schreef in zijn brief naar aanleiding van zijn dood: ‘De Kardinaal was een bewonderenswaardige moderator van de debatten’.

Was hij dan een groot strateeg? Het zal wel zijn. Hij beschikte inderdaad over merkwaardige menselijke talenten: de kunst om iets te formuleren, scherp en tot op de nuance, de zin voor repliek, een gevoel voor humor en wat men noemt ‘des bons mots’. Hij hield van de juiste formulering, van formules als medailles die hij sloeg als een ervaren muntslager, even scherp geprofileerd als zijn gezicht…

…Bij de dood van kardinaal Mercier in 1926, zei een kanunnik bij het verlaten van de sterfkamer : “Kerkmensen van dit formaat worden er nooit meer gemaakt; de matrijs is stuk!” Mijn beste voorganger, nu, zeventig jaar later, kan ik u echt verzekeren: die kanunnik heeft zich vergist! Maar ik, uw opvolger, welke andere woorden kan ik op de lippen nemen nu ge als Elia naar de hemel zijt gegaan en mij uw kardinaalsmantel hebt toegeworpen, dan het gebed van Elia: “Vader, geef mij een dubbel deel van uw geest!” (2 K 2,9). En ik voeg eraan toe: ‘Laat niet toe dat ik de matrijs zou stukmaken’. …Dierbare Kardinaal, dank u, om alles.”(11.05.1996)

Sinds het ontstaan van de FIAT-rozenkrans, in 1984 heeft de Kardinaal zich zeer ingezet om hem kenbaar te maken. Hij heeft het FIAT-gebed geschreven en publiceerde ook verschillende brochures om bepaalde aspecten van de FIAT-rozenkrans toe te lichten.

Samen met Veronica O’Brien heeft hij de grondlijnen van de spiritualiteit uitgetekend die ook vandaag nog de FIAT-Vereniging bezielt.

Hij engageerde zich heel concreet: naar aanleiding van conferenties en persoonlijke contacten sprak hij op bezielde wijze over de grondslagen van de FIAT-spiritualiteit: “Ook vandaag nog wordt Jezus geboren uit Maria en de heilige Geest “.

De herinneringsmedaille die kardinaal Danneels hem aangeboden heeft naar aanleiding van zijn 90ste verjaardag vat heel zijn leven samen: zijn leuze “In Spiritu Sancto”, het Concilie Vaticanum II, het œcumenisme en “FIAT”.