De stichters


Kardinaal Suenens

Kardinaal Suenens (1904 - 1996) De homilie van kardinaal Danneels, bij het overlijden van kardinaal Suenens, geeft wellicht het best de figuur van kardinaal Suenens weer. Ziehier enkele uittreksels: Historici zullen wel, en met deskundigheid, de buitenkant van de Kardinaal beschrijven, zijn uiterlijk portret maken: opsporen wat hij allemaal heeft gedaan. Zijn moreel portret, dat is alleen God bekend, want Hij is de enige die weet hoeveel en hoe intens hij heeft bemind.


De homilie van kardinaal Danneels, bij het overlijden van kardinaal Suenens, geeft wellicht het best de figuur van kardinaal Suenens weer. Ziehier enkele uittreksels:

Historici zullen wel, en met deskundigheid, de buitenkant van de Kardinaal beschrijven, zijn uiterlijk portret maken: opsporen wat hij allemaal heeft gedaan. Zijn moreel portret, dat is alleen God bekend, want Hij is de enige die weet hoeveel en hoe intens hij heeft bemind. Maar daar tussenin is er plaats voor een ‘innerlijk portret’ van de Kardinaal. Wie was hij dan wel?

Vol verwachting voor het nieuwe van elke dag

kardinaalDe Kardinaal was een man van de vroege ochtend: hij stond heel vroeg op, en dit tot op zijn laatste dagen. Hij was een waker, die uitkeek naar elke zonsopgang in de Kerk. Hij hield van de tekst van de profeet Jesaja: “Zie, zegt God, Ik ga iets nieuws maken, het is al aan het kiemen, weet u dat niet?” (Js 43,19).

Alles wat bewoog, alles wat kiemde, alles wat in bot stond, klaar om te bloeien, zowel in de Kerk als in de wereld, had hij meteen gezien. De Kardinaal zat altijd op de punt van zijn stoel, beweeglijk, gereed: mobiel als de heilige Geest. Hij voelde de wind van de Geest waarover Jezus het had in zijn gesprek met Nikodemus: “Hij waait waar hij wil, men hoort zijn stem, maar men weet niet van waar hij komt en waarheen hij gaat.” (cfr. Joh 3,8). Hij voelde Gods adem op zijn huid. Hij was een man van het Cenakel: heel zijn leven lang vertoefde hij in de bovenzaal, met Maria en de twaalf, uitkijkend naar de wind van de Geest, die over de stad zou blazen. Voor hem was elke morgen een nieuwe Pinkstermorgen.

De Kerk vond hij altijd verrassend jong. Hij keek haar aan zoals een vader, die op het gezicht van zijn dochter speurt naar de frisheid van haar jeugd.

Hij was een uitstekend weerman in de Kerk. Vóór dag en dauw voorzag hij welk weer het zou worden, verder op de dag. Zo ging het ondermeer met het Legioen van Maria, de eerste van zijn ontdekkingen. Hij voelde het. Hier wordt iets nieuws geboren: het engagement van leken, het bidden met Maria in het Cenakel, het geloof in de kracht van de Geest, de directe evangelisatie van mens tot mens. Want, zei hij, je bent maar een volwassen christen als je een andere christen hebt gemaakt. We moeten de wereld ‘in de verleiding brengen om te geloven’. Hij wist waar de beloften zaten in de Kerk en hij voorzag waar iets zou bewegen.

De Kardinaal samen met aartsbisschop Ramsey van Canterbury

De Kardinaal samen met aartsbisschop Ramsey van Canterbury

Het contact met Dom Lambert Beauduin had hem al heel vroeg gevoelig gemaakt voor het œcumenisme. In een tijd waar God dreigt te verdwijnen van het toneel, waar de zin voor transcendentie afstompt, waar het geloof wegdeemstert en de liefde daalt tot wintertemperaturen, kan het immers niet anders: allen die geloven in de God van Jezus Christus, moeten hun krachten bundelen om de Godsgedachte en de liefde van Christus hoog in het vaandel te dragen boven het gewoel heen. Ja, hij wist waar de beloften zaten in de Kerk en hij voorzag wat er aan het kiemen was.

Vaticanum II

Vaticanum II

Dan was er Vaticaan II. Dat was de grootste belofte: de Kerk jonger maken, aan Christus’Bruid het gezicht van haar jeugd teruggeven, zonder vlekken of rimpels. Alles werd geboren of herboren in het begin van die jaren zestig: de collegialiteit van de bisschoppen rond Petrus, de medeverantwoordelijkheid van het hele Godsvolk, het engagement van de leek, de hervorming van het kloosterleven, de gewetensvrijheid, een Kerk die alle vreugde en hoop, alle droefheid en angsten van de mens wou delen. Gaudium et Spes, luctus et angor. Hij wist wat er beloftevol was in de Kerk en hij voelde waar.

De kardinalen-moderatoren, waaronder Kardinaal Suenens, van het Concilie

De kardinalen-moderatoren, waaronder Kardinaal Suenens, van het Concilie

Tenslotte was er de charismatische Vernieuwing. Hoe kon het dat een Kardinaal die zelden op zijn gezicht enige emotie toeliet, die kaarsrecht liep tot op hoge ouderdom, onbeweeglijk, met een krachtige en sonore stem, dat die zich thuis voelde te midden van die bonte menigte die zong, danste, in de handen klapte en bad in tongen? Was dit een inhaalbeweging of bekering tot de wereld van fantasie en verbeelding, van een man die vond dat hij tot dan toe al te ernstig was geweest en te bewust van zijn verantwoordelijkheid? 

Neen. In de Vernieuwing herkende hij de Kerk van de Handelingen der Apostelen, waar hij altijd naar uitzag: met haar liefde voor de Schrift, voor het spontane gebed, haar enthousiasme en haar vreugde, haar gemeenschapsgevoel, haar aandacht voor het waaien van de Geest, het bruisen van de charismen zoals te Korinte en in de andere paulinische Kerken. De charismatische Vernieuwing gaf in het leven van de christen aan het lichaam en het hart, hun rechtmatig deel terug.

‘De wind kunnen we niet doen keren.
We kunnen wel onze zeilen bijstellen.’

Hij voelde waar er iets bewoog in de Kerk. Maar de vraag was hoe dat ook aan andere te doen voelen? Ideeën hebben is één zaak, er anderen van overtuigen is een andere. Hij zei vaak: het volstaat niet dat we de waarheid hebben, we moeten ze kunnen overdragen! Dat is de uitdaging.

Hij heeft die uitdaging in Vaticaan II op een bewonderens-waardige wijze aangegaan. En met succes. Paus Johannes – Paulus II schreef in zijn brief naar aanleiding van zijn dood: ‘De Kardinaal was een bewonderenswaardige moderator van de debatten’.

Was hij dan een groot strateeg? Het zal wel zijn. Hij beschikte inderdaad over merkwaardige menselijke talenten: de kunst om iets te formuleren, scherp en tot op de nuance, de zin voor repliek, een gevoel voor humor en wat men noemt ‘des bons mots’. Hij hield van de juiste formulering, van formules als medailles die hij sloeg als een ervaren muntslager, even scherp geprofileerd als zijn gezicht…

…Bij de dood van kardinaal Mercier in 1926, zei een kanunnik bij het verlaten van de sterfkamer : “Kerkmensen van dit formaat worden er nooit meer gemaakt; de matrijs is stuk!” Mijn beste voorganger, nu, zeventig jaar later, kan ik u echt verzekeren: die kanunnik heeft zich vergist! Maar ik, uw opvolger, welke andere woorden kan ik op de lippen nemen nu ge als Elia naar de hemel zijt gegaan en mij uw kardinaalsmantel hebt toegeworpen, dan het gebed van Elia: “Vader, geef mij een dubbel deel van uw geest!” (2 K 2,9). En ik voeg eraan toe: ‘Laat niet toe dat ik de matrijs zou stukmaken’. …Dierbare Kardinaal, dank u, om alles.”(11.05.1996)

Sinds het ontstaan van de FIAT-rozenkrans, in 1984 heeft de Kardinaal zich zeer ingezet om hem kenbaar te maken. Hij heeft het FIAT-gebed geschreven en publiceerde ook verschillende brochures om bepaalde aspecten van de FIAT-rozenkrans toe te lichten.

Samen met Veronica O’Brien heeft hij de grondlijnen van de spiritualiteit uitgetekend die ook vandaag nog de FIAT-Vereniging bezielt.

Hij engageerde zich heel concreet: naar aanleiding van conferenties en persoonlijke contacten sprak hij op bezielde wijze over de grondslagen van de FIAT-spiritualiteit: “Ook vandaag nog wordt Jezus geboren uit Maria en de heilige Geest “.

De herinneringsmedaille die kardinaal Danneels hem aangeboden heeft naar aanleiding van zijn 90ste verjaardag vat heel zijn leven samen: zijn leuze “In Spiritu Sancto”, het Concilie Vaticanum II, het œcumenisme en “FIAT”.

Veronica O'Brien

Veronica O'Brien (1905-1998) Het is waar: kardinaal Suenens is de meest bekende persoon in verband met de FIAT-Vereniging; de eigenlijke inspiratie ervan ging uit van Veronica O'Brien. Hier geven we een korte samenvatting van haar leven, gevolgd door enkele getuigenissen naar aanleiding van haar overlijden. Louise-Marie O'Brien is geboren in Midleton, Ierland, op 16 augustus 1905. Zij was de elfde van dertien kinderen.


Het is waar: kardinaal Suenens is de meest bekende persoon in verband met de FIAT-Vereniging; de eigenlijke inspiratie ervan ging uit van Veronica O’Brien. Hier geven we een korte samenvatting van haar leven, gevolgd door enkele getuigenissen naar aanleiding van haar overlijden.

Het Legioen van Maria

Louise-Marie O’Brien is geboren in Midleton, Ierland, op 16 augustus 1905. Zij was de elfde van dertien kinderen. Ingaande op de roepstem van de Heer trad zij in als religieuze in de congregatie van de Dames van de heilige Clothilde, waarbij zij op pensionaat was in de omgeving van Londen. Geleidelijk aan drong het tot haar door dat deze manier van leven niet overeenkwam met haar roeping, en dat zij geroepen was tot een meer directe vorm van apostolaat.

Na 14 jaar kloosterleven, en op aanraden van haar oversten en geestelijke begeleiders, verliet zij het klooster en ging op zoek naar de concrete invulling van haar eigen roeping, terwijl zij haar kloosternaam Veronica behield in haar verlangen om persoonlijk met de lijdende Christus verbonden te blijven.

Veronica met Fr. Creedon, Frank Duff en Fr. Toher

Veronica met Fr. Creedon, Frank Duff en Fr. Toher

Na een hele zoektocht ontdekte zij het Legioen van Maria, dat onder impuls van haar landgenoot en stichter Frank Duff een merkwaardige verspreiding kende.

Op de vooravond van de tweede wereldoorlog, en na te Dublin één enkele vergadering van het “presidium” – het presidium is de basisgroep van het Legioen van Maria – bijgewoond te hebben, vertrok zij vanuit Ierland naar Frankrijk aan de vooravond van WO II, aan boord van de laatste boot die de overtocht naar het vasteland maakte. Haar opzet was om in Frankrijk het Legioen van Maria te stichten. Vluchtend uit Parijs kwam ze tenslotte aan te Nevers op het ogenblik dat de Duitsers de stad bezetten. Op gevaar af van haar leven – haar Brits paspoort maakte haar verdacht van spionage – en van dat van de religieuzen van Saint-Gildard waar zij haar intrek gevonden had, stichtte zij het Legioen van Maria te Nevers in augustus 1940.

Na de oorlog doorkruiste zij gans Frankrijk en stichtte meer dan 800 presidia. Gedurende 20 jaar was zij afgevaardigde van het Legioen van Maria, dat zij ook stichtte in België, Griekenland, Turkije en ex-Joegoslavië.

Haar gemeenschappelijk apostolaat met kardinaal Suenens

Samen met kardinaal Suenens

Samen met kardinaal Suenens

In zijn boek Terugblik en Verwachting omschrijft kardinaal Suenens zijn ontmoeting met Veronica O’Brien in juli 1947 als : ‘een belangrijke datum in zijn leven’.

Later, in Gods onvoorziene wegen, geeft hij meer uitleg: “Tijdens ons gesprek sprak ze over de eenheid met Maria als openheid voor de heilige Geest. Ik merkte onmiddellijk dat zij uit ervaring sprak en met een bijzondere diepgang” .

Deze eerste ontmoeting bleef niet zonder vervolg. De tweede ontmoeting had plaats te Lourdes, in april 1948, en was het echte vertrekpunt van een nauwe samenwerking ten dienste van de Kerk gedurende bijna een halve eeuw. Tijdens haar universitaire opleiding in Cambridge had zij als keuzevak Latijn genomen. Dat bleek later heel belangrijk voor de samenwerking met kardinaal Suenens ten tijde van het concilie Vaticanum II. In 1966 schreef de Kardinaal naar de zus van Veronica, dokter Kathleen Owler: “Is het leven van Veronica niet echt wonderbaar, als men ziet hoe de Heer haar stap voor stap voorbereid heeft om vruchtbaar te zijn voor de Kerk en voor de wereld. Zonder haar zouden een aantal zaken tijdens het Concilie niet gebeurd zijn”.

Kardinaal Suenens heeft een hele reeks boeken geschreven, alle in samenwerking met Veronica O’Brien. In al die geschriften klinkt eenzelfde oproep tot alle christenen door: een oproep om vanuit ons doopsel aan de essentiële taak van de Kerk deel te nemen, de evangelisatie.

In het tweede deel van zijn Mémoires heeft de Kardinaal het over het leven van Veronica en over hun samenwerking. In verband met de Vernieuwing in de Geest zegt hij: “…wat de onderscheiding der geesten betreft was mijn taak heel wat vergemakkelijkt door de constante samenwerking met Veronica.

Veronica en haar medewerkster Yvette Dubois

Veronica en haar medewerkster Yvette Dubois

Haar feilloos doctrineel aanvoelen, verlevendigd door een uitzonderlijke geestelijke ervaring, heeft mij geholpen om de authentieke tegenwoordigheid van de heilige Geest en van zijn gaven te onderkennen, alsook aandacht te hebben voor de overdrijvingen en afwijkingen”.

Het was inderdaad naar aanleiding van een artikel in de pers, verschenen in de Verenigde Staten, dat Veronica voor het eerst hoorde spreken van de Vernieuwing in de Geest. Altijd op de uitkijk voor wat aan het gisten was of bewoog in de postconciliaire Kerk begaf zij zich in 1972 in gezelschap van Yvette Dubois naar verschillende universitaire centra waar die geestelijke vernieuwing, geïnspireerd door het Pentecostalisme, onder katholieken vorm gekregen had. Zij nam actief deel aan de opkomst van de charismatische Vernieuwing in België, Frankrijk en in de Verenigde Staten. Zij speelde een belangrijke rol in het tot stand komen van een reeks doctrinele teksten, de Documenten van Mechelen, die er toe bijgedragen hebben om het charismatisch enthousiasme in te bedden in de katholieke traditie, en tegelijk te waarschuwen tegen sommige fundamentalistische afwijkingen.

Zij was een bijzondere raadgeefster van de ICCRO , het internationaal Secretariaat van de Vernieuwing, dat eerst gevestigd was te Brussel in de residentie van kardinaal Suenens, en nadien naar Rome verhuisde.

Apostel met hart en ziel

Veronica was tot het einde van haar leven apostel. Met veel zin voor pedagogie spande zij zich in om van elke medewerker een missionaris van de Blijde Boodschap te maken, en dat in grote eerbied voor de vrijheid van elkeen. Zo gaf zij vorm aan de apostolaatsploeg die tot stand kwam rond kardinaal Suenens en die later de FIAT-Vereniging werd.

Laten wij het woord aan kardinaal Suenens: ” Door haar hoge leeftijd niet langer in staat ‘het Evangelie uit te dragen tot aan de uiteinden der aarde’, ontlokt en stimuleert Veronica diverse initiatieven die datzelfde doel beogen. Wij moeten God beminnen en dienen, niet alleen met heel ons hart maar ook met heel onze verbeelding. Vandaar de FIAT-initiatieven. Deze hebben de bedoeling het spiritueel en dus apostolisch leven van de christenen te intensifiëren.”

Gedurende de laatste jaren van haar leven was zij wegens haar hoge ouderdom bijna constant bedlegerig. En zo ontving zij tal van bezoekers. Elk bezoek bereidde zij voor in gebed. Zij vroeg aan God de genade om in een geest van geloof hét opbeurend en levengevend woord te kunnen spreken: “Spreek slechts één woord en ik zal gezond worden”.

Tijdens een gesprek met een medewerker vertrouwde zij toe dat zij nooit aanvaard had één enkel nutteloos woord te zeggen. Zij was inderdaad altijd gericht op de aanwezigheid van Christus in de ziel van de andere, ook wanneer haar gesprekken gekruid waren met een humor die de meest terughoudende personen aan het lachen brachten.

Veronica verlangde vurig naar het huis van de Vader

Zij ontving een eerste maal de ziekenzalving op 8 september 1995, en tot vreugde van ons allen die haar omringden, kwam zij terug op krachten.

Na de dood van kardinaal Suenens, op 6 mei 1996, kwamen verschillende bisschoppen en priesters de heilige mis opdragen aan haar ziekbed. Zij verontschuldigde zich bij hen ‘dat zij er nog was’. Ondanks haar vermoeidheid nam zij actief deel aan de heilige mis, het Getijdengebed en het bidden van de FIAT-rozenkrans.

Op 11 februari 1998, het feest van O.-L.-Vrouw van Lourdes, ontving zij opnieuw de ziekenzalving. Zeer verzwakt trad zij het Leven binnen, omringd door hen die haar nabij waren. Het was de 19de februari 1998, dag na het feest van de heilige Bernadette Soubirous.

Boodschap vanwege de Paus ter gelegenheid van haar overlijden

… “de heilige Vader verzekert u van zijn diep meeleven. Hij sluit zich aan bij de dankzegging van alle naastbestaanden om haar dienst aan de Kerk, haar mariaal apostolaat en haar geestelijke uitstraling. Deze uitzonderlijke persoonlijkheid betekent veel voor de gelovigen van verscheidene landen en in het bijzonder van België.

Hij vraagt de Heer Veronica voor eeuwig deelachtig te maken aan de vreugde en de vrede van zijn Rijk. Hij vertrouwt haar, en allen die haar werk voortzetten, toe aan de moederlijke tederheid van de heilige Maagd en geeft zijn apostolische zegen van harte aan elkeen die door dit heengaan getroffen en verenigd is”. (getekend : kardinaal Sodano).

Andere getuigenissen van bisschoppen, priesters en leken

…”Ik ben vervuld met gevoelens van erkentelijkheid en van bewondering voor het werk dat de Heer haar toevertrouwde.”…

… “Laten we er met grote intensiteit bidden opdat ze op een dag door de Kerk zou erkend worden als iemand die openstond voor Gods genade en deze ten volle heeft beantwoord als voor een mens mogelijk is.”…

… “Het is té veel om op te noemen wat ik allemaal van haar heb ontvangen. Laat me toe te zeggen: dat, telkens na een gesprek met haar of een eucharistieviering, ik jullie huis verliet met vernieuwde kracht om het evangelie te verkondigen. Tot in de laatste maanden van haar leven heeft ze niet opgehouden Jezus door te geven aan haar broers en zussen zoals Maria in de kracht van de Geest Jezus aan de wereld gaf opdat de mensen de Liefde van God, onze Vader, zouden kennen.”…

… “Ik heb haar persoonlijk niet zó goed gekend, maar na elke ontmoeting had ik steeds een groter verlangen tot apostolaat. Zij had zeker een bijzondere genade voor onze tijd. Onze congregatie had een bijzondere band met Veronica. Wij vergeten haar niet.”…

… “Zullen we ooit de voldoende en de juiste woorden vinden om God te danken voor de uitstraling van dit bijzonder leven dat volledig verbonden met Maria vol overgave was aan de Heer, ten dienste van de Kerk en de gemeenschap? “…

… “Als men een les kan trekken uit het leven van Veronica is het dat de tijd dringt, dat de oogst groot is en de arbeiders weinig talrijk. Zijn we bereid haar voorbeeld na te volgen?”…

… “We weten alleen dat Veronica gelukkig en stralend is nabij Diegene van wie zij zoveel hield en van wie zij zich tot apostel heeft gemaakt met moed, doorzettingsvermogen, doortastendheid en vol geloof. De herinnering die me altijd zal bijblijven is haar diepe blik die de harten en de Heer nabij brengt. Haar leven zal een voorbeeld blijven en ik bid opdat zij mij zou helpen steeds meer en meer het Evangelie te brengen bij de mensen.” …