Documenten van Mechelen

De heilige Geest, levensadem van de Kerk

Boek I: Een nieuw Pinksteren?

Het eerste boek plaatst meteen het mysterie van de Kerk centraal, bezield als zij is door de heilige Geest. De Kerk is tegelijk institutioneel en charismatisch. Steeds opnieuw moet zij haar oor te luisteren leggen voor de manifestaties van de heilige Geest om ze te toetsen op hun authenticiteit, trouw aan haar eeuwenoude zending die door het Tweede Vaticaans Concilie in herinnering werd gebracht.

De originaliteit van de bijdrage van kardinaal Suenens ligt wellicht in de manier waarop hij de mariale spiritualiteit heeft weten te combineren met deze nieuwe openheid voor de werking van de heilige Geest waarvan de charismatische Vernieuwing blijk geeft, en die daarom terecht ook genoemd wordt: vernieuwing in de Geest. Omwille van zijn herderlijke taak heeft hij altijd gewezen op de noodzaak dat deze vernieuwing op vitale wijze verbonden blijft met de Kerk, “waarborg voor menselijkheid, nederigheid, evenwicht en wijsheid”.

 

Boek II: De Charismatische Vernieuwing, Oecumene en Charismatische Vernieuwing

Het tweede boek bestaat uit twee delen: het eerste bevat een diepgaande theologische analyse van de charismatische Ver-nieuwing en het tweede deel geeft concrete pastorale richtlijnen voor de Vernieuwing en voor de Oecumene in de Kerk.

Het is wellicht op dit gebied dat de charismatische Vernieuwing veel bijgedragen heeft aan de Kerk. Ze is immers in haar oorsprong zelf oecumenisch en helemaal gericht op de herontdekking van een gemeenschappelijk geloof in de actualiteit en de kracht van de heilige Geest. Wij staan hier om zo te zeggen op het punt waar de verschillende stromingen van het leven van de Kerk samenkomen: de éénheid in de heilige Geest.

Boek III:  Vernieuwing in de Geest en dienst aan de mens, Vernieuwing en Machten van het Kwaad, Rusten in de Geest

Het eerste gedeelte van het derde boek heeft het over de band tussen de charismatische Vernieuwing en de dienst van de mensen en bevat een belangrijke dialoog tussen kardinaal Suenens en Dom Helder Camara, bisschop van Recife, over dat onderwerp. Deze laatste is een vurig verdediger van hen “die geen stem hebben” en hij brandt van een voorkeurliefde voor de armsten.

Het tweede en derde deel van boek III gaan over probleemgebieden die meer bepaald verbonden zijn met de charismatische Vernieuwing, met volgende themata: het exorcisme, de machten van het Kwaad, de dienst van de genezing en het rusten in de Geest. Deze verschijnselen zijn niet specifiek voor een bepaalde groep en moeten altijd teruggeplaatst worden in het geheel van het kerkelijk leven.