“Zie daar uw moeder, een uitnodiging”



Door Abt Frederik Testaert O.Praem.

Maria, moeder van Jezus, moeder van Gods Zoon, moeder Gods, het goddelijk moederschap van Maria, dat vieren wij vandaag. Maria is echter ook onze moeder, de uwe en de mijne. Stervend aan het kruis, zei Jezus tegen “de leerling die Hij liefhad”, verwijzend naar Maria: “Zie daar uw moeder(Joh 19,26). Deze leerling die Jezus liefhad staat voor alle leerlingen van Jezus, ook voor ons, voor u en voor mij. Tegen ieder van ons zegt Jezus, verwijzend naar Maria: “Zie daar uw moeder.” Als leerlingen van Jezus zijn wij kinderen van Maria. Met de psalmdichter kunnen wij belijden: “Mijn moeder is zij, uit haar zijn wij allen geboren(Ps 87,5). Ja, Maria is onze moeder, “uit haar zijn wij allen geboren,” uit haar, in het Latijn in Ea, dat wil zeggen: uit haar of in haar, in verbondenheid met haar.

Zusters en broeders, om de vitale band van de leerlingen met de Heer Jezus te beschrijven, gebruikt Sint Paulus het beeld van het lichaam: Jezus is het hoofd en wij, zijn leerlingen, zijn de ledematen (vgl. Ef 5,30). Steunend op dit beeld, verwijzend naar Maria, zal Grignion de Montfort schrijven: “Als het hoofd van het menselijk geslacht, Jezus Christus, uit haar werd geboren, dan volgt daar noodzakelijk uit dat de uitverkorenen, de ledematen van dat hoofd, uit haar worden geboren(De Ware Godsvrucht 32). Zoals Jezus -het hoofd- geboren werd uit Maria, zo worden ook wij -de ledematen- uit Maria geboren, niet lichamelijk, maar geestelijk, dat wil zeggen: ‘in de Geest’, de Geest met een hoofdletter, het gaat om de heilige Geest. Het is de heilige Geest die ons geboren doet worden uit Maria! Zusters en broeders, als wij ontvankelijk zijn voor de heilige Geest, de Geest die van ons leerlingen van Jezus maakt, dan zullen wij gehoor geven aan het woord van Jezus -“Zie daar uw moeder”- en Maria daadwerkelijk erkennen als onze moeder, dan zullen wij leven in Ea, in verbondenheid met haar!

Zusters en broeders, dat mensen van hun moeder houden, is heel natuurlijk, maar deze liefde evolueert, zij verandert. Als een volwassen man van zijn moeder houdt zoals een klein kind, dan is dit niet natuurlijk. Die man zal zich nooit kunnen hechten aan een andere vrouw. De liefde van een volwassene voor zijn moeder verandert, wordt minder intens, zeker na het overlijden van de moeder. Geldt dit ook voor onze Marialiefde? Uiteraard niet, want wij zijn en blijven leerlingen van Jezus, ledematen van zijn lichaam, en dus blijven wij kinderen van Maria, altijd. “Zie daar uw moeder,” dat zei Jezus tegen een volwassene!

Zusters en broeders, leven ‘in de heilige Geest’, leven als leerlingen van Jezus, leven als christenen, is leven ‘in verbondenheid met Maria’, is leven in Ea. Dat leven ‘in verbondenheid met Maria’, onze moeder, heeft trouwens een missionaire draagwijdte. Jezus verkondigen in woord en daad, als werktuigen van de heilige Geest, en op die wijze Jezus geboren doen worden in het leven van mensen, is dat niet de zending van de Kerk, is dat niet onze zending, krachtens ons doopsel en vormsel? Welnu, door Jezus geboren te doen worden in het leven van mensen, delen wij in het geestelijk moederschap van Maria, haar moederschap ‘in de heilige Geest’.

Zusters en broeders, dat de Kerk op de eerste dag van het jaar het goddelijk moederschap van Maria viert, kan gezien worden als een uitnodiging om te leven in verbondenheid met haar, onze moeder, om te leven in Ea, vandaag en alle dagen van dit nieuwe jaar, vandaag en alle dagen van ons leven. Wijlen koning Boudewijn heeft het volgende gebed geschreven, een gebed tot Maria, een gebed dat wij ons eigen kunnen maken:

“Mijn Moeder, mijn tedere Moeder,
vergeef mij dat ik geen mannentaal spreek:
ik heb uw warmte nodig, uw bijstand, uw hulp.
Ik voel mij zo zwak ten overstaan van het leven van elke dag.
Kom mij te hulp;
neem mij in uw moederlijke armen.
Leer mij te leven in Ea, in U, o Maria.” Amen.

Abt Frederik Testaert, Abdij van Postel