Worden we kinderen van God?



Wij geven ons niet voldoende rekenschap van de draagwijdte van het ‘Fiat’ van Maria bij de menswording, als wij onze blik tezeer beperken tot het aardse aspect. Wij vergeten – of leggen onvoldoende de nadruk op – het hemelse aspect: de Zoon van God werd mens opdat wij, in Hem, zonen en dochters van God zouden worden. Het gaat hier om een dubbele beweging: een neerdalende en een opklimmende.

Hemel en aarde

Wij zijn vertrouwd met het aspect: ‘Hij is onder ons gekomen’, in de glorie van de Kerstnacht, en wij aanbidden het pasgeboren Kind, met de herders en de koningen;wij zijn getuige van de verbazing van Maria en Jozef. Maar er is ook die andere kant: de hemel is naar ons toegekomen om ons binnen te leiden in die hemel. De menswording is het voorspel van onze vergoddelijking. In Jezus, de eniggeboren Zoon, worden wij Gods aangenomen kinderen. Niet alleen gaat de hemel open om de Zoon van God op geheimnisvolle wijze op aarde te laten geboren worden, maar de hemel gaat ook open om ons te laten binnentreden, op versluierde maar heel reële wijze, in het mysterie van de heilige Drieëenheid.

 

Maria zegt ‘ja’ in naam van de hele mensheid

Vanuit de hemel gezien is het de Vader die ons, in en door de Zoon, de heilige Geest zendt. Dat is de sluitsteen van wat de engel aan Maria zegt: “De kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen” (Lc 1, 35). Maar dat is ook de sleutel tot onze vergoddelijking. Die zal verwerkelijkt worden door dezelfde Geest, de Gezondene van de Vader en de Zoon, op Pinkstermorgen: “Gij zult gedoopt worden met de heilige Geest”. Dat is het andere luik van de eerste boodschap van de engel aan Maria.

De ontmoeting van hemel en aarde gebeurt door de heilige Geest; het jawoord van Maria, op het ogenblik van de Boodschap, slaat op geheimnis-volle wijze op de hele omvang van het mysterie: dit jawoord heeft ook betrekking op de Zoon van God, de Redder van de wereld, die komt om de mensen te vergoddelijken door hen als vrucht van de verlossing de Geest van de Vader en de Zoon mee te delen. Dat jawoord is een jawoord ‘aan het plan van God’, met Maria als instrument, en de wereld als eindpunt: zij zegt ‘Ja’ in naam van de hele mensheid. In de ogen van God kan de geboorte van Jezus niet losgemaakt worden van de geboorte van de Kerk, dit is: Jezus Christus, medegedeeld en uitgestort door de heilige Geest. Met Pinksteren treedt de menswording naar buiten in aardse zichtbaarheid, een nieuwe tijd van God, een nieuw tijdperk: de tijd van de heilige Geest.

 

Maria en de heilige Geest

Het eerste jawoord van Maria is al in de kiem een jawoord tot het Pinkstergebeuren, een jawoord tot de evangelisatie, die daar aanvangt. Voortaan werkt Jezus door de heilige Geest. Maria, de Moeder van Jezus, wordt dan Moeder van de Kerk. Het menselijk moederschap wordt geestelijk moederschap, en dat wil zeggen: moederschap in de heilige Geest. Wij mogen nooit scheiden wat God verenigd heeft: ‘Maria en de heilige Geest’.

Wij zijn er aan gewend geraakt Maria alleen maar een plaats te geven in de neerdalende beweging van de menswording. Wij moeten haar ook een plaats geven in de opklimmende beweging van de nieuwe tijd, die met Pinksteren een aanvang neemt. Paulus zegt van Christus dat Hij ‘levenmakende Geest’ geworden is, om op krachtige wijze uitdrukking te geven aan het feit dat wij zijn binnengetreden in het tijdperk van de heilige Geest. En Maria is de eerste die in die nieuwe tijd binnentreedt, het tijdperk van de Kerk. Wij noemen haar: ‘onze Moeder de heilige Kerk’. En wij noemen Maria ‘de Moeder van de Kerk’. Het gaat hier niet om twee vormen van moederschap naast elkaar, maar om het doortrekken  van het moederschap van Maria in de zichtbare sacramentele Kerk, die kinderen voortbrengt in de wateren van het doopsel. Geven wij ons daar voldoende rekenschap van? Wij moeten Maria aanvaarden, omdat wat uit haar geboren is afkomstig is van de heilige Geest, om onzentwille: ons ontvankelijk opstellen voor Maria is ons openstellen voor de heilige Geest.

 

Maria, het kroonjuweel van de schepping

Voor de rijkdom van het geheim van Pinksteren kunnen wij alleen maar stamelen. Maria was aanwezig in het Cenakel, in het midden van de 120 leerlingen. Dat was niet zomaar bij toeval. Zij was daar om een nieuwe vorm van moederschap uit te oefenen, op het ogenblik dat haar Zoon in en door de Geest een nieuw tijdvak van evangelisatie inhuldigt. Dat is toen gebeurd. De zending van Jezus heden ten dage is de zending van de verrezen Heer die leeft en handelt door de heilige Geest.

De Geest zal ons stukje bij beetje openbaren wat wij nu nog niet kunnen dragen. Hij zal in ons grote dingen tot stand brengen, grotere zelfs dan Jezus hier op aarde verricht heeft. Het is de Geest – zijn Geest – die de Kerk bezielt en die heiligen voortbrengt. Ik geloof in de Geest die leven geeft. En Maria is voorgoed met de Geest verbonden. Zij staat helemaal open voor de Geest. Haar moederschap is erop gericht dat wij ons door Hem zouden laten doen. Haar Hemelvaart is het werk van de Geest die, na volbrachte zending, het kroonjuweel van de schepping voltooit.

 

Maria is de Kerk op haar best

Deze verbondenheid tussen de heilige Geest en Maria laat ons toe het plan van God te begrijpen. Hij heeft de mens gemaakt naar zijn beeld en gelijkenis, en – opdat het beeld getrouw zou zijn – hem man en vrouw geschapen. Een lange traditie ziet in Jezus de nieuwe Adam en in Maria de nieuwe Eva. Wat een rijkdom in die wederzijdse aanvulling! Er zijn geen twee gelijke partners, Jezus en Maria. Maar er is een complementariteit van rollen, van functie. Reeds in het Evangelie speelt Maria een vrouwelijke rol, in Kana, bij voorbeeld. Zo heeft ook de Kerk een ‘vrouwelijk’ aspect. Kanunnik De Haes zegde: “Maria, dat is de Kerk op haar best”. Wij moeten er voor oppassen de rol van Jezus en van Maria niet naast elkaar te plaatsen, als op te tellen grootheden. Neen, de rol van Maria ligt niet in de lijn van de verlossing. Jezus alléén is de Middelaar, de Verlosser. Maar Maria is één en al ontvankelijkheid voor die éne bemiddeling en zij helpt de harten ontvankelijk te zijn. De Heer Jezus vindt er zijn glorie in de triomferende Kerk en zijn heiligen op te nemen in zijn werk. Maria is koningin van de hemel en van de engelen. Haar hele werk bestaat in het werk van de heilige Geest in en door haar. Het is de heilige Geest van de Vader. In heel haar wezen is Maria drager van de heilige Geest en van Jezus, de Christus. Alleen de Geest kan ons Maria openbaren. Het is de heilige Geest die Maria leert zeggen ‘Jezus’. Het is de heilige Geest die Maria voorbereidt op haar zending door haar als een tabernakel helemaal heilig en onbevlekt te maken. Maria: dat is de triomf van de heilige Geest, overwinning op de zonde en de dood, want Hij is het die Jezus uit de doden deed opstaan.

Bron: L.J. Kardinaal Suenens, Christenen voor morgen, Ertvelde, FIAT, 1997, pp. 91-96.