verwondering

Verwondering



Godfried kardinaal Danneels (1933 – 2019)

‘Uw wonderdaden zal ik altijd verkondigen,’ zingen de psalmen. Hoe komt het dan dat niet zoveel mensen Gods daden zien en zich erover verwonderen?
Er lopen zoveel ‘goede’ mensen rond op de planeet, die niets merken van die wonderdaden Gods. Of nauwelijks. En zeker niet genoeg om ervoor te danken of om ze aan anderen te verkondigen. Hoe komt het dat christenen ze wel zien en er niet over kunnen zwijgen?

Omdat er iets bijzonders aan de hand is met hun oog: ze hebben die ‘andere blik’ op God en op de mensen en ook op zichzelf. Ze zijn mensen van verwondering. Hun blik knecht de dingen niet: hij tast ze af met eerbied. Christenen raken nooit verzeild in de vanzelfsprekendheid: alles is altijd nieuw, een onverdiende gave die hun van elders wordt aangereikt. Ze hebben de ogen van het kind bewaard en elk geluid mag binnenkomen in hun gastvrije oor.

Dat maakt de christen ook tot het type mens dat overal genezing brengt en therapeutisch werkt in de samenleving. Te midden van een ‘onttoverde wereld’ waarin alle dingen hun geheim zijn kwijtgeraakt door zoveel gewenning en vanzelfsprekendheid, houden ze een plaats vrij voor het mysterie. Dat van de mensen en dat van de dingen. Die zijn immers altijd meer dan wat je aan de buitenkant kunt merken en wat met meetapparatuur wordt geregistreerd.

Die ‘andere blik’ moet behoud en gecultiveerd worden: je kunt hem verliezen. De weg die hij je wijst loopt vaak over ongebaand gebied. Je krijgt vast wat schrammen en misschien wel een wondje. Het is een paasweg.

Brontekst: Kardinaal Danneels,
Het kleine boek geloof, Tielt, Lannoo, 2004, p. 152-153.