Schipbreukelingen

Verwelkom schipbreukelingen door ze van onmenselijkheid te redden



Paus Franciscus

In z’n catechese tijdens de eerste algemene audiëntie van het nieuwe jaar sprak paus Franciscus over de schipbreuk van Paulus en het gastvrije Malta.

Geliefde broeders en zusters, goedendag!

Het boek van de Handelingen van de Apostelen vertelt in het laatste deel dat het Evangelie zijn reis niet alleen over land maar ook over zee voortzet. Het gebeurt op een schip dat Paulus als gevangene voert van Caesarea naar Rome (cf. Hnd 27,1-28,16), het hart van het keizerrijk. Zo gaat het woord van de verrezen Heer in vervulling: jullie zullen mijn getuigen zijn (…) tot het uiteinde van de aarde (Hnd 1,8). Leest het boek van de Handelingen van de Apostelen en jullie zullen zien hoe het Evangelie door de kracht van de Heilige Geest alle mensen bereikt en universeel wordt. Neem het. Lees het.

Storm

De zeereis gebeurt vanaf het begin in moeilijke omstandigheden. Het wordt een gevaarlijke onderneming. Paulus raadt aan de reis niet voort te zetten, maar de centurio schenkt hem geen vertrouwen en rekent op de stuurman en op de reder. De reis gaat voort. Maar er steekt een zodanig felle wind op dat de bemanning de controle verliest en het schip op drift laat gaan.

Wees niet bevreesd

Wanneer de dood haast vlakbij lijkt te zijn en wanhoop allen vervult, verzekert Paulus zijn gezellen met de woorden die we hebben gehoord: Vannacht verscheen mij een engel van de God aan wie ik toebehoor en die ik dien, en deze zei: Wees niet bevreesd, Paulus; gij moet voor de keizer verschijnen en daarom heeft God u het leven van allen die met u op het schip zijn, genadig in handen gegeven (Hnd 27,23-24). Ook in de beproeving houdt Paulus niet op de behoeder te zijn van het leven van de anderen en de bezieler van hun hoop.
Op deze wijze toont Lucas dat het plan dat Paulus naar Rome voert, niet slechts de apostel redt, maar ook zijn reisgezellen.

Schipbreuk verandert van onheil in goddelijke voorzienigheid voor de verkondiging van het Evangelie.

Adder

Na de schipbreuk volgt de aankomst op het eiland Malta. De inwoners geven blijk van een erg zorgzaam onthaal. Reeds van toen zijn Maltezen dapper, zachtaardig, ontvankelijk. Het regent en het is koud. Zij steken een vuur aan om de schipbreukelingen wat warmte en troost te geven.

Ook hier stelt Paulus, als echte leerling van Christus, zich ten dienste door het vuur met takken gaande te houden. Tijdens die activiteit wordt hij door een adder gebeten maar zonder gevolgen. De omstaanders reageren hierop met de woorden: Dit moet een groot misdadiger zijn want na een schipbreuk wordt hij ook nog door een adder gebeten. Ze verwachtten dat hij dood zou neervallen, maar hij leed geen enkel letsel en hij wordt zelfs – na een misdadiger – als een godheid beschouwd.

Feitelijk komt dit geluk van de verrezen Heer, die hem bijstaat, in de lijn van de belofte aan de gelovigen gedaan alvorens ten hemel te varen; In mijn naam zullen ze duivels uitdrijven, nieuwe talen spreken, slangen opnemen; zelfs als ze dodelijk vergif drinken zal het hun geen kwaad doen; en als ze aan zieken de handen opleggen, zullen deze genezen zijn (Mc 16, 17-18). De overlevering zegt dat vanaf dat ogenblik op Malta geen adders meer voorkomen. Gods zegen voor de gastvrijheid van dit goede volk.

Het goede delen

Inderdaad, het verblijf op Malta wordt voor Paulus een goede gelegenheid om vlees te geven aan het woord dat hij verkondigt en zo de dienst van het medelijden te beoefenen door zieken te genezen. Dat is een wet van het Evangelie: wanneer iemand heil ervaart dan houdt men dat niet voor zich maar deelt het rond. Het goede streeft er altijd naar zich mee te delen. Iedere authentieke ervaring van waarheid en schoonheid zoekt uit zichzelf haar verspreiding en iedere persoon die een diepe bevrijding beleeft, krijgt een grotere gevoeligheid voor de noden van anderen (Apostolische exhortatie De vreugde van het Evangelie, 9).

Een lijdende christen kan ongetwijfeld dichter komen bij wie lijdt omdat hij weet wat lijden is.
Dat maakt het hart open en gevoelig voor solidariteit tegenover anderen.

Paulus leert ons de beproevingen te doorleven door ons dichter bij Christus aan te sluiten om de overtuiging te laten rijpen dat God kan handelen in iedere omstandigheid, ook te midden van schijnbare mislukkingen, (…) Het is zeker weten dat wie zich uit liefde aan God aanbiedt en zich aan Hem geeft, zeker vruchtbaar zal zijn (ibid., 279).

Liefde is altijd vruchtbaar,
liefde tot God is altijd vruchtbaar.

Dit stelt je in staat je aan anderen te geven. De liefde tot God gaat altijd verder.

De schipbreukelingen van de geschiedenis

Laten we vandaag God vragen ons bij te staan om elke beproeving te doorstaan ondersteund door de kracht van het geloof en om gevoelig te zijn voor de vele schipbreukelingen van de geschiedenis die uitgeput aanspoelen op onze kusten. Dat we hen met die broederlijke liefde kunnen onthalen, die haar oorsprong heeft in de ontmoeting met Jezus. Dat is wat redt van de vrieskou der onverschilligheid en van de onmenselijkheid.

© Gepubliceerd op Kerknet, 08/01/2020
© Vertaling uit het Italiaans: P. Marcel De Pauw msc

“Maria is degene die een grot voor dieren weet te veranderen in een huis van Jezus, met enkele arme windsels en een berg aan tederheid … Zij is de missionaris die tot ons nadert om ons in het leven te begeleiden door de harten te openen voor het geloof met haar moederlijke genegenheid …”

(Paus Franciscus “De vreugde van het Evangelie” Nr. 286)