Pasen – Kardinaal Danneels



De Heer is verrezen. Ja Hij is waarlijk verrezen!
Jezus is verrezen. Maar ik zie Hem niet, Ik hoor hem niet. Ik kan Hem niet vinden zullen sommigen onder u wel zeggen. Hoe kan ik Hem vinden en wat moet ik doen om Hem te kunnen ontmoeten zoals de vrouwen, Hem de Verrezene?

Zoals de vrouwen bij het graf

Laat ons naar die vrouwen dan kijken. Lucas zegt ons wat zij deden. Ze gingen vroeg op weg naar het graf. Want wie bemint stelt niet uit : hij zegt nooit : morgen, morgen, of als dit en dat voor mekaar zal zijn. Liefde wacht niet  ze gaat op weg als het nog donker is naar het graf : heel vroeg in de morgen

De vrouwen hebben iets mee : welriekende kruiden zegt Lucas die ze zelf hadden klaargemaakt. Liefde die wil vinden gaat niet op weg alleen maar met vragen := zou je me dat willen geven? Liefde doet iets mee, iets welriekends en aangenaams en iets wat van mezelf komt. Als we Jezus alleen maar graag zien omdat iets willen krijgen, krijgen we Hem nooit te zien.  Hij blijft verborgen. Iets meedoen wat goed riekt : de parfum van onze lofprijzing en dankbaarheid. Eerst iets geven en dan eerste vragen.

Ze vinden wel de steen weggerold, maar Hem zien ze niet. Liefde zoekt verder ook als ze niets ziet. Maar ze heeft altijd wel iets opgemerkt : de steen is weggerold. Liefde zegt : hier is iets. Ze weet van verwondering en daarom gaat ze niet meteen weg : “Och het zal toch wel weer niets zijn …”. En liefde luistert naar de engelen. Engelen zijn boodschappers, dat wil zeggen apostelen want dat betekent precies apostel; gezondene;, boodschapper, engel. Die engelen zijn er nog. Het is de Kerk en de verkondigers, de priesters. Ik dus vanavond mag de engel zijn voor jullie. De engelen geven geen bewijzen. Ze herinneren aan wat al gezegd is. “Heeft Hij jullie niet gezegd toen jullie nog in Galilea waren wat er allemaal moest gebeuren? Dat Hij zou overgeleverd worden  in zondige mensenhanden en aan een kruis geslagen, maar op de derde dag zou verrijzen?” Dat zegt de engel van dienst vanavond ook tot jullie : “Hebben jullie niet in het evangelie gelezen en gehoord dat Hij zou lijden, sterven en verrijzen”. Wie de Verrezen Jezus wil ontmoeten, moet naar de evangelies luisteren en net als de engelen boodschappers worden van datzelfde evangelie.

Ze gaan het zeggen aan de anderen

We hebben maar Jezus woorden, Hem zien we niet. De vrouwen ook niet op de Paasmorgen. Ze waren net zoals wij aangewezen alleen op het woord dat Jezus in zijn leven had gesproken, daarin waren ze nergens voor op ons.

Maar ze gaan het zeggen aan de anderen. Je kan Jezus de Verrezene niet ontmoeten als je blijft zwijgen en het angstig voor jezelf houdt. Horen, zien en spreken. Ons geloof wordt maar volwassen en rijp als we het ook uitdragen aan anderen. Als  we het voor onszelf houden verzuurt het. Het zit opgesloten in ene kelder zonder lucht. Daar komt enkel mufheid van en niemand komt af op muffe en bedorven lucht. De armen open en de zon binnen.

Beuzelpraat?!

De apostelen aan wie de vrouwen alles gaan berichten, doen het af als beuzelpraat en geloven niet van de eerste maal. Dat hebben we heden nog : hoe vele mensen zouden niet hetzelfde zeggen vandaag als we hun gaan spreken over de opstanding uit de dood. Die van Jezus en die van ons. “Er is nog nooit iemand teruggekeerd “zeggen ze. Of “dood is dood”. Dat is de filosofie van zovele mensen op onze dagen. Het geloof in het eeuwig leven heeft het ook nu nog moeilijk. Beuzelpraat. Maar het is ons een troost dat er een precedent is geweest en dan nog niet met de eersten de besten : de apostelen. “Het verhaal leek hun beuzelpraat en zij geloofden de vrouwen niet”.

Maar niettegenstaande die ‘beuzelpraat’ is er toch één die op weg gaat : Petrus. Hij gaat het natrekken. Er is altijd een Petrus die er niet heel gerust in is en gaat kijken. Er zit altijd wel iemand onder het gehoor, die een kwetsbaar hart heeft en er in stilte op uittrekt  “om te zien”. Petrus vindt Jezus niet, dat zal later op de Paasdag gebeuren als Jezus zelf zal binnenkomen in het Cenakel en hun zeggen : “Vrede zij U”. Maar zover is het nog niet. En Petrus ziet wel iets : de zwachtels. Hij had kunnen  heengaan en zeggen : “niets bijzonders : zwachtels” Maar Petrus heeft iets wat onmisbaar is om Jezus de Verrezene te vinden : hij kan zich verwonderen. “Daarop ging hij terug, zegt Lucas, verbaasd nadenkend over hetgeen er gebeurd was”. Je kan Jezus maar zien als je niet verzinkt in de vanzelfsprekendheid en het koele cynisme. Geloof ontstaat uit de verwondering.

Jezus ontmoeten

Wat moeten we doen om Jezus, de Verrezene te ontmoeten. Doen zoals de vrouwen en zoals Petrus :vroeg op weg gaan, niet uitstellen; de welriekende kruiden meenemen van onze dankbaarheid, lofspraak en bewondering; luisteren naar de engelen die herinneren aan wat Jezus zelf had voorzegd; die blijde boodschap doorgeven en niet voor zichzelf houden: horen, zien en spreken; niet verwonderd zijn als onze taal wordt afgedaan als beuzelpraat. Trouwens er zit altijd wel een Petrus tussen die toch gaat zien ondanks het feit dat hij het ook als beuzelpraat had afgedaan; er zijn altijd weer mensen die in zich het vermogen dragen zich te verwonderen en die zich niet neerleggen bij de vanzelfsprekendheid. Er zijn altijd mensen met een kinderlijk hart. En die zullen gaan geloven.

Een zalig Paasfeest!

+Godfried kardinaal Danneels

 

Afbeelding: De vrouwen aan het graf – Van Eyck