Olie die de motor doet draaien



(Over zelfzorg in de pastoraal)

Trees Lavens

Moet ik in alles goed zijn?

Je kan geen krant openslaan of je treft artikels en beschouwingen aan over té hoge werkdruk en de vele burn-outs. Gegarandeerd krijg je er ook een reeks tips bij hoe je daar best mee omgaat of hoe je ze kan voorkomen of bestrijden. Ook binnen de pastorale context ligt deze bedreiging voortdurend op de loer. Werken in de pastoraal is in de huidige tijd geen simpele opdracht. Hooggespannen verwachtingen en complexe taken vragen een grote draagkracht, flexibiliteit, integriteit en diepgang van de pastor. Een jonge pastoor verwoordde het letterlijk als volgt: “Soms heb ik het gevoel dat ik superman moet zijn, ik moet in alles goed zijn.” De belangrijke vraag hierbij is: hoe blijft een pastor staande binnen die veelheid aan uitdagingen en verwachtingen? Waar wordt zijn/haar draagkracht gevoed? Wie zorgt voor de pastor? Hoog tijd om even te kijken hoe het staat met de zelfzorg van de pastor.

Zelfzorg en pastoraal

Tal van wetenschappelijke onderzoeken tonen aan dat vriendelijke en betrokken mensen met een hoog verantwoordelijkheidsgevoel het meest kwetsbaar zijn voor stress en burn-out. In het pastorale werkveld is een pastor betrokken op het leven van anderen. Dit kan heel veel voldoening geven. Als pastor word je uitgedaagd om je taak met aandacht, zorg en betrokkenheid voor de ander te volbrengen. Hierdoor word je gestimuleerd tot openheid en diepgang in het eigen leven. De aandacht voor wat anderen écht beroert, biedt enerzijds kansen om intenser met het eigen leven om te gaan. De confrontatie met de kwetsbaarheid van het leven kan bemoedigend zijn om algemene gevoeligheid te vergroten. Anderzijds wordt een pastor ook regelmatig geconfronteerd met pijnlijke randervaringen van het leven: situaties waar ook de pastor woordeloos is en diep door geraakt wordt.

Hoe een pastor met deze uiteenlopende ervaringen omgaat, heeft veel te maken met hoe hij dit alles kan integreren in zijn eigen persoon. In het pastoraal werk is je eigen persoon een belangrijk instrument voor het werk dat je verricht. Zoals een technicus zorgt voor zijn materiaal, zo moet een pastor zorg dragen voor zijn eigen persoon en spiritualiteit. En toch leven er heel wat weerstanden tegen zelfzorg: “Zelfzorg? Ik heb dat niet nodig!”, “Zelfzorg? Ik heb daar geen tijd voor!”, “Zelfzorg? Daar moet je in de Kerk niet mee afkomen!”, “Zelfzorg? Ik kan dat niet!” Toch is zelfzorg levensnoodzakelijk!

Wat is zelfzorg?

Zoals het woord al zegt, is de betekenis van zelfzorg letterlijk: voor jezelf zorgen. Een mens die over een goede zelfzorg beschikt, heeft het vermogen ontwikkeld om op het juiste moment voor zichzelf te zorgen of, indien nodig, beroep te doen op een ander persoon om voor zichzelf te laten zorgen. Zelfzorg wijst dus op de vaardigheid om je persoonlijke grenzen te bewaken, op tijd aan de alarmbel te trekken en zo nodig beroep te durven doen op de juiste persoon om voor jezelf te laten zorgen. Als iemand niet beschikt over die vaardigheid en onbegrensd leeft en werkt, zal niet alleen het persoonlijk leven hieronder lijden maar evenzeer de kwaliteit van het werk.

Vooraleer je iets doet of zegt, stel je altijd eerst de vraag
of het God zal bevallen, goed zal zijn voor jezelf en stichtend voor je buur.

(Ignatius)

Je eigen roeping en wortels op het spoor komen

Zelfzorg begint met trouw te zijn aan de eigen roeping. Waartoe ik geroepen ben, geeft mijn leven vorm, gaat mij het meest ter harte en is waar ik naartoe wil. “Waarvoor ben ik hier op aarde? Wat is mijn unieke roeping? Ben ik me daarvan bewust? Durf ik daar ruimte voor te maken en tijd aan te geven?”

Verpleegkundige Bronnie Ware werkte jarenlang in de palliatieve zorg. Ze maakte een lijstje van de 5 elementen waarvan haar patiënten het meeste spijt hadden op het eind van hun leven. Op nummer 1 noteerde ze: “Ik wou dat ik de moed had gehad om een leven te leiden, waarbij ik trouw was gebleven aan mezelf in plaats van te leven volgens de verwachting van anderen.” Als mensen beseffen dat hun leven bijna voorbij is en er met heldere blik op terugkijken, wordt al snel duidelijk hoeveel dromen onvervuld zijn gebleven. De meesten hadden nog niet de helft van hun dromen gerealiseerd en overleden in het besef dat dit te wijten was aan keuzes die ze hadden gemaakt of niet hadden durven te maken.

Ook in de Geestelijke Oefeningen maant Ignatius van Loyola de retraitant aan om op zoek te gaan naar zijn eigen missie aan de hand van de volgende oefening: “Alsof ik op het punt sta te sterven, ga ik (…) na waaraan ik zou willen dat ik mij gehouden had, bij de keuze die ik nu wil doen. Met andere woorden: als ik nu het een of het ander zou kiezen, hoe zou ik op mijn sterfbed naar dit leven terugkijken? Deze oefening is erop gericht zo vrij mogelijk te worden. Als ik me voorstel in het uur van de dood, dan is alles wat nu zo belangrijk lijkt, misschien minder dwingend. Misschien zie ik dan de dingen wel in hun juiste proporties. (…) Wat wil ik nu écht doen met de positieve energie die God in mijn leven legt?”

Jezelf waarderen en graag zien

Zelfzorg heeft veel te maken met jezelf graag zien, aldus psychiater Dirk Dewachter. Zelfzorg is ‘vredevol kunnen bestaan met jezelf en met een grote graad van mildheid naar jezelf kijken. Jezelf accepteren met je talenten en mogelijkheden, maar ook met je beperkingen en vervelende trekjes. Ik ben oké zoals ik ben: rustig, onrustig, tussenin. We zijn geen goden, we zijn mensen, we hebben allemaal wel iets’.
Leven in de overtuiging dat we de moeite waard zijn, is niet altijd evident. In een wereld waar de lat hoog gelegd wordt en het ‘nooit-goed-genoeg-gevoel‘ overheerst, vraagt het moed om hieraan te werken. Brené Brown noemt het ‘bezield leven’: het betekent dat je moed, compassie en verbondenheid een belangrijke plek toekent in je leven, waardoor je ’s ochtends bij het wakker worden denkt: “Wat ik vandaag ook doe of laat, ik ben genoeg.” En het betekent dat je ’s avonds bij het naar bed gaan denkt: “Nee, ik ben niet perfect. Ik ben kwetsbaar en soms bang, maar dat verandert niets aan het feit dat ik ook moedig ben en het waard ben liefde te ontvangen en erbij te horen.” (BRENÉ BROWN, De kracht van kwetsbaarheid. Heb de moed om niet perfect te willen zijn, p. 20). Als pastor is het belangrijk om met een grote dosis mildheid en waardering naar je eigen persoon te kijken. Het concept ‘goed-genoeg-pastoraat’ benadrukt dat een pastor niet gelijk staat aan een ‘superman’ of ‘supervrouw’. Als pastor ben je een doodgewone, kwetsbare mens. Als pastor word je geconfronteerd met onmacht omwille van eigen onvermogen of van de macht van het systeem. Je kan je geliefd voelen door God en door anderen omwille van wie je bent: met je onvermogen, met je mindere kantjes, … Je kan, maar hoeft ook niet, ‘perfect’ te zijn. Elisabeth van de Drie-eenheid schreef het zo mooi: ’Hou van je armoede. Het is de plaats waar God je zijn barmhartigheid schenkt’.
Ik vroeg God: “Ben ik groot genoeg?” Hij zei: “Ik hou van klein”.

‘Me-time’ een belangrijke pool van zelfzorg

Ook al is het lange tijd anders geweest, de mythe van de eeuwig beschikbare pastor is achterhaald. Er zijn grenzen aan de beschikbaarheid van een pastor. Ook al geeft de pastorale context de indruk dat er altijd werk ligt te wachten, toch kan de boog kan niet steeds gespannen staan. Het is bewezen dat een gezond evenwicht tussen geven en nemen in werk en vrije tijd van cruciaal belang is. Het klinkt hip, maar ook in de pastorale context is ‘Me-time’ inlassen geen overbodige luxe.

Als pastor kom je met veel mensen in contact aan wie je energie geeft. Ook al ben je het extraverte type dat graag bij mensen komt, dan nog vragen deze contacten energie en is het nodig om af en toe eens op jezelf terug te vallen. Tijd voor jezelf inlassen geeft ook nieuwe inspiratie en bezieling. Als je altijd maar doorgaat, voel je de inspiratie wegsmelten en loop je leeg. ‘Me-time’ is tijd die je helemaal aan jezelf kan besteden en kan invullen zoals jij wil. Je hoeft aan niemand verantwoording af te leggen. Je kan deze momenten invullen met activiteiten die je deugd doen: een stevige wandeling, luieren, sporten, mediteren, bidden, je lievelingsfeuilleton bekijken, lezen, … Belangrijkste is dat die activiteiten je hoofd leeg maken, je energie geven en je creativiteit prikkelen.

Grenzen

‘Me-time’ nemen gaat samen met grenzen aangeven. Grenzen bewaken kan je door regelmatig wat tijd in je agenda te blokkeren voor ‘een woestijnmoment’ en om te doen wat voor jou nodig is om in balans te blijven. Zet een kruis in je agenda en houd je er ook aan. Wanneer je dat regelmatig doet, weet je omgeving ook wat het inhoudt en hoef je het niet telkens uit te leggen. Zet je telefoon bepaalde uren van de dag uit. Zo word je even gerust gelaten. Je eigen stek hebben die je zo inricht dat je er graag leeft, woont en dat je er voldoende privacy hebt, is ook van groot belang.

Gespreksvragen

1. Welke vorm van zelfzorg geeft jou kracht en energie?
2. Wat kunnen wij doen om elkaar ‘zelfzorg’ te gunnen?
3. Hoe link je zelfzorg aan spiritualiteit in je eigen leven?
4. Wat kunnen we als collega’s doen om zorg te dragen voor elkaar?

Gebed

Dat ik mezelf niet oversla,
Niet verwaarloos.
Te kostbaar ben ik,
O God uw initiatief.
Uw adem, uw handschrift.
Duidelijk
Uw trekken, uw beeld.
Alle reden om blij te zijn met mezelf.
Alle reden om mezelf
Met liefde te omringen.

Hans Bouma

Kerk in zicht

Pastorale conferentie december 2019
© “Kerk in zicht”,

Bisdomblad Brugge, december 2019
kerkinzicht@bisdombrugge.be