“Koning Boudewijn, het geheim van een leven”



Door Kardinaal Suenens

Het geheim van het leven van Koning Boudewijn moet niet ver gezocht worden: het is gelegen in de diepte van zijn geestelijke bezieling. Voor alle duidelijkheid: in zijn verbondenheid met God, die hij als christen beleefde, dag in dag uit, en die hij vertaalde in dagelijkse gebaren van dienstbaarheid.

Brief aan een niet gelovige

De Koning was geen man van de theorie; hij beleefde zijn geloof met de logica van het leven. Onder zijn brieven is er een uit 1984 die hij mij eens gegeven heeft, en die eenvoudig vertelt waarom hij gelooft. Die brief is gericht aan iemand uit zijn jeugd die hem geschreven had vanuit zijn opstand en agressiviteit tegen alles wat van ver of dichtbij te maken had met het geloof of met de ontvangen opvoeding.

Het antwoord van de Koning is direct en persoonlijk, zonder polemiek, en heel tactvol. Hij geeft als sleutel enkel de geestelijke weg die hij zelf afgelegd heeft. Zijn geloofsbelijdenis is eenvoudig, loyaal, direct.

Droefheid maakt plaats voor vrede en vreugde

“Als ik mijn ogen opensla en om mij heen kijk, ontdek ik telkens opnieuw de Liefde van God voor mij, voor de mensheid. Ik zie dat telkens wanneer mensen trachten vanuit het evangelie te leven, de dingen beginnen te veranderen: de agressiviteit, de angst, de droefheid maken plaats voor vrede en vreugde.

Ik kan u zeggen dat ik sinds vele jaren, ondanks mijn fouten en zwakheden, deze vrede en vreugde beleef, en dat ondanks alle moeilijkheden en verdeeldheid rondom ons. Niemand is uit zichzelf in staat deze vrede en vreugde te bewaren. Maar Jezus belooft ze aan allen die Hem willen volgen.”

Onvoorstelbare maar heel concrete Liefde

“Als jongeman al heb ik ontdekt dat God in de persoon van Jezus, ons beminde en dat Hij mij beminde met een onmogelijke, onvoorstelbare Liefde, maar heel concreet. Dat Hij de meest afgrijselijke marteldood ondergaan had om ons te redden, om mij te redden, om ieder van ons persoonlijk te redden van de greep van het kwaad, om ons te laten deelhebben – als wij maar wilden – aan zijn goddelijk leven. Dat, indien wij dat aanvaarden, zijn Vader onze Vader werd, mijn Vader. Dat Maria, zijn Moeder, ook mijn Moeder werd, onze Moeder.”

Een nieuwe mens

“Vanaf die dag is mijn leven veranderd. Daarmee wil ik zeggen: mijn manier om tegen de zaken aan te kijken, want ik vrees dat ik dezelfde kleine mens blijf, met dezelfde gebreken die ik toen had. Maar mijn zwakheden zijn geen reden meer tot ontmoediging, integendeel. Zij zijn de gelegenheid om mij helemaal te verlaten op de almachtige Liefde en op de kracht van mijn Vader, die ook uw Vader is.

Sindsdien zie ik bijna elke dag in mijn leven zichtbare tekens van de liefde van God.”

 

Meer informatie: L.J. Kardinaal Suenens,  Koning Boudewijn. Het getuigenis van een leven, Ertvelde, FIAT, 1995.

Bron: Supra, pp. 81-84.