Evangelisatie

Evangelisatie… voor een betere wereld!!!



Kardinaal Jozef De Kesel

De situatie van de godsdienst en het christendom in onze samenleving is eigenlijk fundamenteel verschillend geworden. De Kerk heeft in de loop van haar geschiedenis andere periodes van grote uitdagingen en crisissen gekend. Maar, deze uitdaging is nieuw: de confrontatie met niet alleen een andere religieuze traditie, maar met een cultuur die zegt dat de godsdienst tot het privaat leven van de burgers behoort en niet tot het maatschappelijk leven, of het maatschappelijk debat. Dat betekent uiteraard een enorme uitdaging voor de Kerk. Het is immers de zin zelf van haar zending die in vraag wordt gesteld.

Christen en Kerk zijn

Zeker, niets of niemand verhindert ons onze zending als Kerk te vervullen. Het is waar dat het christendom niet meer als culturele religie bestaat. Het christelijk geloof is niet meer de eerste optie van de cultuur. Het is een persoonlijke mogelijkheid voor de mens die vrij is om te geloven of om niet te geloven. Maar, vergeten we vooral niet dat deze vrijheid niet alleen een vereiste van de moderniteit is maar van het geloof zelf. Volgends de Bijbelse en christelijke traditie is de vrijheid een gave en een genade van Godswege. Zo gezien kan de moderne cultuur het geschikt moment worden om deze vrijheid te ontdekken en door haar het hart zelf van ons geloof. Laten we er niet blind voor zijn, veel van onze tijdgenoten zijn in alle vrijheid op zoek; een niet onaanzienlijk aantal ontdekken door deze stap te zetten de pertinentie en de schoonheid van het geloof.

Ondertussen duiken stemmen op die willen affirmeren dat de moderne, geseculariseerde cultuur het einde van de godsdiensten betekent. De vrijheid en de rationaliteit zouden uiteindelijk uitlopen op emancipatie tegenover alle religieuze banden uitlopen. Als dat het geval zou zijn, dan zou dat feitelijk het einde van het geloof in God betekenen. Dat is wat een dogmatisch secularisme belijdt. Maar, ik geloof er niet in. Ik geloof niet in het verdwijnen van de godsvraag, noch in het verdwijnen van haar pertinentie voor de cultuur en de samenleving. Ik zal u uitleggen waarom.

In een moderne samenleving

De moderne cultuur betekent niet het einde van de religie, integendeel, zij biedt ons een kader aan dat ons toestaat samen te leven met respect voor ieders vrijheid. Dat is de grootheid van deze cultuur. Als de vrijheid behoort tot de fundamentele rechten van elke mens en van elke burger, dan geldt dit recht ook voor mijn naaste en medeburger die anders is dan ik. In een moderne en democratische samenleving garandeert de overheid deze vrijheid voor elke burger en elke minderheid. Allen moeten deze regels respecteren. Het zijn niet de religieuze voorschriften die het samenleven garanderen: niet de Torah, niet het Evangelie niet de Sharia.

De moderne samenleving bevat in deze zin waarden die wij, hoe verschillend we ook zijn, willen respecteren en met al onze krachten willen verdedigen. Deze waarden maken het goed recht en de legitimiteit van een geseculariseerde cultuur uit. Nochtans is het niet de moderniteit en haar seculier karakter die de instantie is die zin geeft aan ons leven en aan onze engagementen. Zij kan zichzelf niet affirmeren als religie of als een globaal levensconcept, want anders wordt de secularisatie secularisme. Zij kan niet functioneren als een plaatsvervangende religie. In deze zin heeft de moderniteit er alle baat bij haar eigen grenzen te erkennen.

Dat geldt ook voor de vrijheid. De vrijheid is een fundamenteel menselijk recht. Nogmaals: het is de grootheid van de moderne cultuur de vrijheid van de persoon te kunnen garanderen. De moderne cultuur zegt mij dat ik vrij ben, maar ze zegt me niet wat ik moet doen. Bij deze vraag verwijst zij ons telkens naar onszelf door te zeggen: doe wat je wil. Maar wat te doen? Welk engagement geeft zin aan mijn leven? Ik ben vrij, maar om wat te doen? Voor wie? Vanuit zichzelf zegt deze cultuur mij dat ik mijzelf en mijn lot in handen moet nemen en de grootst mogelijke vrijheid trachten te verwerven. Het doel en het project van de moderniteit is de ontwikkeling, de emancipatie en de vooruitgang. Dat is natuurlijk de grootheid van deze cultuur, maar ook haar grens.

En de vooruitgang?

Want, wat wordt er van deze samenleving als de vooruitgang het doel zelf en de zin om daartoe te komen wordt? En wat is die vooruitgang dan? De vooruitgang beperkt zich toch niet tot wetenschappelijke, technische of economische ontwikkeling. Het is zoals paus Paulus VI het heeft gezegd in Populorum Progressio, de authentieke vooruitgang dient integraal te zijn, dat wil zeggen ‘elke mens en heel de mens’ bevorderen. Dat is ook zo voor de vrijheid en de emancipatie. Het gaat niet over mijn eigen ontwikkeling. Vrijheid is niet eenvoudigweg doen wat ik wil. Zij is ook beschikbaarheid. Geen vrijheid zonder broederlijkheid.

Mocht dat niet zo zijn, waarom zou ik mij dan engageren voor iets of iemand zonder daarin persoonlijk voordeel te vinden? Integendeel, dikwijls! Waarom zijn ouders bekwaam om zoveel liefde te betuigen aan hun zwaar gehandicapt kind, ook al weten ze dat deze liefde nooit beantwoord zal worden? Waarom zich interesseren voor het lot van de armen? Waarom bezorgd zijn om het lot van de vluchtelingen? Waarom mijn eigen voordeel en mijn eigen ontwikkeling beperken en mij engageren voor een menselijkere en broederlijkere samenleving? Waarom mij verantwoordelijk voelen voor de komende generaties en mij inzetten voor het behoud van de schepping?

Op deze vragen zijn er geen rationele antwoorden. Het zijn houdingen en engagementen waarvoor de moderne cultuur zelf mij niet inspireert of motiveert. Maar het zijn wel degelijk onontbeerlijke vragen en houdingen. Zijn het niet het individualisme en de onverschilligheid die onze moderne cultuur bedreigen? Het is dan ook terecht dat paus Franciscus ons aanzet te strijden tegen het gevaar van de globalisering van deze onverschilligheid.

Een reactie van de Franse Bisschoppen

In hun document “In een wereld die verandert de politieke zin terugvinden” zeggen de Franse bisschoppen onder andere: “Sinds een vijftigtal jaren heeft de zinvraag het politieke debat beetje bij beetje verlaten. De politiek beschouwt zich zichzelf veeleer als beheerder, bij voorkeur als pleitbezorger en beschermer van de steeds uitgebreidere individuele en persoonlijke rechten, meer dan van collectieve projecten. Deze pleidooien vergezelden de vooruitgang, de groei, de ontwikkeling van ons land, maar zonder zich te bekommeren om het waarom ervan. De economische rijkdom en de consumptiemaatschappij hebben het opzij zetten van de zinvraag vergemakkelijkt. Sinds het midden van de jaren ’70 hebben de economische moeilijkheden, de reductie van de rijkdom, het stijgen van de werkeloosheid, de onzekerheden ten gevolge van de mondialisering, de rol van eenvoudige beheerder en scheidsrechter steeds meer bemoeilijkt, door geen antwoord te kunnen geven op de fundamentele vragen van het menselijk samenleven. Het ideaal van de consumptie, de winst, de productiviteit, van winkels die elke dag van de week geopend zijn, dat alles kan de diepste menselijke verlangens binnen een solidaire gemeenschap niet vervullen”.

Onze vraag viseert niet de moderniteit op zich. Maar wij vragen ons af of een puur geseculariseerde cultuur op lange termijn houdbaar is. Alleen al vanuit een antropologisch standpunt ben ik ervan overtuigd dat de mens in het diepste van zichzelf een religieus wezen is. Ik zeg niet een christen, maar wel een zinzoeker, en in deze zin een religieus wezen. Dat wil niet zeggen dat iedereen gelovig of religieus moet zijn. De godsdienstige overtuiging is een persoonlijke keuze die in alle vrijheid gemaakt dient te worden. De religieuze vrijheid houdt precies het recht in niet gelovig te zijn. Maar, affirmeren dat de religie vandaag de dag een puur facultatief fenomeen is dat enkel betekenis heeft voor het privéleven van de burger, zonder de minste sociale of culturele pertinentie, dat is een overtuiging die men legitiem in vraag mag stellen.

Het is niet goed dat de moderniteit zelf zich radicaliseert en haar eigen grenzen niet meer erkent. De secularisatie verwordt zo tot een secularisme. De moderniteit is vandaag de dag niet meer zo zeker van zichzelf en maakt zich – in de wetenschap van de mogelijkheid van een zelfvernietiging van de mensheid – ongerust. Zij trekt de notie van de vooruitgang die in het begin haar succes uitmaakte in twijfel. Iemand zoals Habermas (een Duitse filosoof in 1929 geboren), hoe atheïstisch hij ook is, spreekt over ‘post-seculiere moderniteit’. Hij wenst dat het publieke debat op één of andere wijze gerevitaliseerd wordt door redenen die uit de religieuze ervaring voortkomen. Hij spreekt over ‘voorraden van waarden’ die in de burgerlijke samenleving aanwezig zijn, mede dank zij de Kerken. Laten we ook niet het engagement van zovele christenen hier bij ons en overal ter wereld ten dienste van de armen, de zieken en al diegenen die niet meetellen, vergeten. Hoe groot en kostbaar, zelfs noodzakelijk, is hun engagement voor een rechtvaardigere en menselijker wereld. Hun geloof limiteert zich niet tot het privéleven. Uiteraard zijn Kerk en Staat gescheiden. Maar, er is geen scheiding tussen geloof en samenleving.