Het leven na de dood. Hoezo? – Kard. Danneels



Verder zien …

Plots is de zomer weg. Waar zijn de zonnige dagen en de warme zomerwind gebleven? Waar is de tuin, getooid als een besloten hof met bloemen en met fruit; je hoeft niet eens ver te kijken, tot vlak vooraan is alles groen. Je ziet maar een paar meter ver; alles is zo mooi, zo helemaal behangen met vruchten en met groen. Er zit iets gezelligs in een zomertuin: je kunt je in alle hoeken schuilhouden en verstoppertje spelen met de kleinsten. Een weelde. Maar wel een kort ‘dieptezicht’.

Dan komen de novemberdagen. Plots ga je heel ver zien, tot aan de achtermuur. Veel van het groen is weg. Alleen nog wat taaie laatbloeiers die de winter zullen doorstaan. Er vallen nog wat kastanjes op het tuinpad. Maar de bomen zijn arme stumpers. Hun naakte takken steken de armen hulpeloos in de lucht, als zeiden ze tot God: “Heb medelijden met ons, je hebt ons alles afgenomen”. En God zegt: “het is herfst!”.

Alles wat in de zomer verborgen was in het groen, staat daar nu: bloot. En de hele natuur zegt: Kijk verder dan in mei, kijk nu eens naar de overkant.

Wat is de Kerk wijs geweest van in die novembermaand ‘de feesten van de overkant’ te plaatsen: Allerheiligen en Allerzielen. Want zijn dat niet de feesten van de ‘overkant’, dagen om naar de hemel te kijken en naar de doden? En de natuur vraagt mee met de Kerk: “Kijk naar de overkant. Er is meer te zien dan je denkt. Ik ben meer dan wat je gewoonlijk in het oog krijgt: een Kerk van mensen op pelgrimstocht naar elders en later. Ja, zegt de Kerk, we hebben buren die we niet zomaar zien met het gewone oog: we hebben ‘bovenburen’, dat zijn de heiligen. Maar ook ‘nevenburen’, dat zijn de doden. We zijn een ‘extended family’ zoals dat heet”.

Het leven na de dood. Hoezo?

Dat we zullen verrijzen – Jezus achterna gaan – is voorwerp van geloof. Kunnen we ook iets verder gaan en iets zeggen over het hoe van ons voortleven na de dood?  In elk geval zijn we op het stuk van het ‘hoe’ op veel gladder terrein dan bij de vraag naar het ‘feit dat’. Alle woorden, begrippen en beelden zijn cultureel en historisch bepaald; geen enkel dat toelaat om het hiernamaals onder woorden te brengen.

Heel de mens …

Onze geloofsbelijdenis spreekt van de verrijzenis van het lichaam. Dit betekent dat we over de dood heen blijven leven met alles wat we zijn: met heel ons menselijk wezen. In het eeuwig leven treden we God tegemoet met heel ons zijn, met heel onze geschiedenis, met heel ons ‘ik’ of onze persoonskern, maar ook met onze lichamelijkheid.

Paulus spreekt over een verheerlijkt of geestelijk lichaam. ‘Geestelijk lichaam’ suggereert bijna een tegenstelling. En toch: we behouden ons eigen lichaam, maar het ontsnapt aan de tijdruimtelijke bepaaldheid en vergankelijkheid. “Een natuurlijk lichaam wordt gezaaid, een geestelijk lichaam verrijst. Zoals er ook een natuurlijk lichaam bestaat, zo bestaat er ook een geestelijk lichaam” (1 Kor. 15, 44). Geestelijk lichaam betekent ook: een lichaam doorstraald van de Geest, van de kracht van God zelf. Zo is het geestelijk lichaam niet een reanimatie van het vorige, maar een nieuwe schepping. Maar het blijft wel ons lichaam. Paulus maakt de vergelijking met een plant die opschiet uit zaad: het gaat om dezelfde plant en toch om iets heel nieuws dat vooraf niet te zien was. Trouwens sinds het doopsel is deze ‘vergeestelijking’ van ons lichaam al aan de gang.

Je laatste grote daad

We leven met onze zintuigen: we kijken, luisteren, proeven en voelen met grote intensiteit. Het lijkt er soms op dat we met niets anders meer rekening houden, dat we vergeten dat dit alles eindigt en dat we de beklagenswaardigste mensen zouden zijn als we geen perspectief hadden over de dood heen? We schuiven onze dood voor ons uit, want we zijn er bang voor. En toch: de dood is niet om bang voor te zijn. Hij is niet zomaar een onbelangrijk gebeuren. De dood is de laatste grote daad van ons leven: sterven is jezelf loslaten met groot vertrouwen, omdat je niet in een bodemloze afgrond valt, maar in de liefhebbende handen van de Vader. Met dat alles kun je nu beginnen: verbonden leven met de Vader en alsmaar herhalen: ‘Heer, ik geef mij met alles wat ik ben en heb aan u over’.

 

Meer lezen? Ontdek de brochure ‘Kijken naar de overkant’ van Kardinaal Danneels in onze webshop!