Vastenbrief van Paus Franciscus



Geliefde broeders en zusters,

Het Pasen van de Heer nadert weer! Om ons hierop voor te bereiden biedt de
Voorzienigheid van God ons de Veertigdagentijd aan, “het sacramentele teken van
onze bekering”. De Veertigdagentijd verkondigt en verwezenlijkt de mogelijkheid om
naar de Heer terug te keren met heel ons hart en heel ons leven
Ook dit jaar wil ik met deze boodschap heel de Kerk helpen in deze tijd van
genade in vreugde en waarheid te leven; en ik doe dit door mij te laten inspireren
door een uitdrukking van Jezus in het evangelie van Matteüs: “Door het hand over
hand toenemen van de zonde zal de liefde van de meesten verkoelen” (Mat. 24, 12).
Deze zin staat in het gesprek dat het einde der tijden betreft en dat zich afspeelt
in Jeruzalem op de Olijfberg, juist daar waar het lijden van de Heer zal beginnen. Als
antwoord op een vraag van de leerlingen verkondigt Jezus een grote rampspoed en
beschrijft de situatie waarin de gemeenschap van gelovigen zich zou kunnen
bevinden: ten overstaan van droevige gebeurtenissen zullen sommige valse profeten
velen bedriegen, en wel zo dat zij in de harten de liefde die het middelpunt is van
heel het evangelie, dreigen uit te doven.

De valse profeten

Laten wij naar deze passage luisteren en ons afvragen: welke vorm nemen de
valse profeten aan? Zij zijn als “slangenbezweerders”, dat wil zeggen ze profiteren van de
menselijke emoties om mensen tot slaaf te maken en hen te brengen waarheen zij
willen. Hoeveel kinderen van God worden beïnvloed door de verlokkingen van
kortdurend genot dat met geluk wordt verward! Hoeveel mannen en vrouwen leven
als betoverd door de illusie van het geld, die hen in werkelijkheid tot slaven maakt
van winst en bekrompen belangen! Hoevelen leven met het idee dat zij aan zichzelf
genoeg hebben maar die aan eenzaamheid ten prooi vallen.
Andere valse profeten zijn de “charlatans” die eenvoudige en onmiddellijke
oplossingen voor het lijden aanbieden, geneesmiddelen die echter in het geheel niet
blijken te werken: hoeveel jongeren worden valse geneesmiddelen als drugs,
“wegwerprelaties” en gemakkelijk maar oneerlijk gewin aangeboden! Hoevelen zijn er
verstrikt in een volslagen virtueel leven, waarin de relaties eenvoudiger en sneller
lijken om vervolgens op dramatische wijze zinloos te blijken! Deze bedriegers die
waardeloze dingen aanbieden, nemen daarentegen weg wat kostbaarder is, zoals waardigheid, vrijheid en het vermogen om lief te hebben. Het is het bedrog van de ijdelheid dat ons ertoe brengt als pauwen onze veren op te zetten … om vervolgens tot het belachelijke te vervallen; en van het belachelijke is geen terugkeer mogelijk.
En dit verwondert niet: de duivel, die “een leugenaar, ja de aartsleugenaar is” (Joh. 8,44), houdt het kwaad als het goede voor om het menselijk hart in verwarring tebrengen. Ieder van ons is daarom geroepen in zijn hart te onderscheiden en te onderzoeken of hij wordt bedreigd door de leugens van deze valse profeten. Men
moet leren niet bij het onmiddellijke, oppervlakkige niveau stil te blijven staan, maar te herkennen wat binnen in ons een goede en duurzamere indruk achterlaat, omdat het van God komt en werkelijk van waarde is voor ons welzijn.

Een kil hart

Dante Alighieri stelt in zijn beschrijving van de hel de duivel voor als zittend op
een troon van ijs; hij woont in het ijs van de verstikte liefde. Laten wij ons dan afvragen: hoe verkoelt in ons de liefde? Wat zijn de signalen die erop wijzen dat in ons de liefde dreigt uit te doven?
Wat de liefde uitdooft, is vooral de geldzucht, “de wortel van alle kwaad” (1 Tim.
6, 10); hierna komt dat wij God en dus het vinden van troost in Hem afwijzen door
onze troosteloosheid te stellen boven de troost van zijn Woord en van de Sacramenten.Dit alles verandert in geweld dat zich richt tegen hen die als bedreiging van onze “zekerheden” worden gezien: het kind dat nog niet geboren is, de zieke oudere, de gast die op doortocht is, de vreemdeling, maar ook de naaste die niet beantwoordt aan onze verwachtingen.
Ook de schepping is een stille getuige van deze verkilling van de liefde: de
aarde wordt vergiftigd door afval dat uit zorgeloosheid en eigenbelang wordt
weggeworpen; de zeeën, die eveneens vervuild zijn, herbergen helaas de
lichamelijke overschotten van zoveel schipbreukelingen van gedwongen migratie; de
hemel – die in Gods plan zijn heerlijkheid bezingt – wordt doorkliefd door machines
die dood en verderf zaaien.
De liefde verkoelt ook in onze gemeenschappen: in de apostolische exhortatie
Evangelii gaudium heb ik getracht de duidelijkste tekenen van dit gebrek aan liefde te
beschrijven. Dat zijn: egoïstische laksheid, steriel pessimisme, een neiging om zich te isoleren en zich in te laten met voortdurende broederoorlogen, een wereldse mentaliteit die ertoe leidt zich alleen maar bezig te houden met wat uiterlijk is, en zo het missionair elan vermindert.

Wat te doen?

Als wij in ons binnenste en rondom ons de zojuist beschreven signalen zien,
dan reikt de Kerk, onze moeder en leermeesteres, ons met het soms bittere medicijn
van de waarheid in deze tijd van de Veertigdagentijd het zoete geneesmiddel van
gebed, aalmoes en vasten aan. Door meer tijd te besteden aan het gebed, maken wij het voor ons hart mogelijk
de geheime leugens te ontdekken waarmee wij onszelf bedriegen, om ten slotte de
troost van God te zoeken. Hij is onze Vader en wil voor ons het leven.
Het geven van aalmoezen bevrijdt ons van hebzucht en helpt ons te ontdekken
dat de ander mijn broeder of zuster is: wat ik heb, is nooit alleen van mij. Hoezeer
zou ik willen dat de aalmoes voor allen zou veranderen in een ware levensstijl!
Hoezeer zou ik willen dat wij als christenen het voorbeeld van de apostelen zouden
volgen en in de mogelijkheid van onze goederen samen te delen met anderen een
concreet getuigenis zouden zien van de gemeenschap die wij in de Kerk beleven.
Wat dit betreft, maak ik de aansporing van de heilige Paulus tot de mijne, toen hij de
Corinthiërs uitnodigde tot de collecte voor de gemeenschap van Jeruzalem: ”Ik geef
u in dezen een raad die u van pas kan komen” (2 Kor. 8, 10). Dit geldt in het
bijzonder in de Veertigdagentijd, waarin veel organisaties collectes houden ten
gunste van Kerken en volken in moeilijkheden. Maar hoezeer zou ik ook willen dat wij
in onze dagelijkse relaties ten overstaan van iedere broeder en zuster die om hulp
vraagt, zouden bedenken dat daar een oproep van de goddelijke Voorzienigheid is:
iedere aalmoes is een gelegenheid om deel te nemen aan de Voorzienigheid van
God jegens zijn kinderen; en als Hij zich vandaag van mij bedient om een broeder of
zuster te helpen, zal Hij dan morgen ook niet voorzien in mijn noden, Hij die zich niet
laat overwinnen in edelmoedigheid?6
Vasten ontneemt ten slotte onze gewelddadigheid haar kracht, ontwapent ons
en vormt een belangrijke gelegenheid om te groeien. Enerzijds maakt Vasten het ons
mogelijk te ervaren wat allen ondervinden die ook aan het strikt noodzakelijke gebrek
hebben en de dagelijkse greep van de honger kennen; anderzijds brengt het de
toestand van onze geest tot uitdrukking die hongert naar goedheid en dorst naar het
leven van God. Vasten maakt ons wakker, het doet ons meer letten op God en de
naaste, het wekt de wil weer op om aan God te gehoorzamen, de Enige die onze
honger verzadigt.
Ik zou willen dat mijn stem verder zou gaan dan de grenzen van de katholieke
Kerk om u allen te bereiken, mannen en vrouwen van goede wil, die openstaan voor
het luisteren naar God. Als u, evenals wij, bedroefd bent om het hand over hand
toenemen van de ongerechtigheid in de wereld, als de kilte die de harten en het
handelen verlamt, u zorgen baart, als u de zin van gemeenschappelijk mens-zijn
minder ziet worden, sluit u dan bij ons aan om God gezamenlijk aan te roepen, om
samen te vasten en samen met ons te geven zoveel u kunt, om onze broeders en
zusters te helpen!

Het vuur van Pasen

Ik nodig vooral de leden van de Kerk uit om ijverig, gesteund door aalmoes,
vasten en gebed, de weg van de Veertigdagentijd op te gaan. Als de liefde in zoveel
harten soms lijkt uit te doven, dan dooft zij niet uit in Gods hart! Hij geeft ons steeds
nieuwe gelegenheden om opnieuw te kunnen beginnen met lief hebben.
Een gunstige gelegenheid zal ook dit jaar het initiatief “24 uur voor de Heer”
zijn, dat ertoe uitnodigt het sacrament van verzoening te vieren in een context van
eucharistische aanbidding. In 2018 zal dit plaatsvinden op vrijdag 9 en zaterdag 10
maart, geïnspireerd door de woorden van psalm 130, 4: “Maar bij U vind ik vergeving”. In ieder bisdom zal minstens één kerk gedurende 24 uur achter elkaar
open blijven en de mogelijkheid voor een gebed van aanbidding en sacramentele
biecht aanbieden.
In de Paasnacht zullen wij de schitterende ritus van het ontsteken van de
Paaskaars opnieuw beleven: ontstoken aan het “nieuwe vuur”, zal het licht
langzamerhand de duisternis verdrijven en de liturgische gemeenschap weer
verlichten. “Het licht van Christus’ glorievolle verrijzenis moge uit ons hart en onze
geest de duisternis verdrijven”,7 opdat wij allen de ervaring van de leerlingen van
Emmaus opnieuw beleven: luisteren naar het woord van de Heer en ons voeden met
het eucharistisch Brood zal het ons hart toestaan opnieuw van geloof, hoop en liefde
te branden.

Ik zegen u en bid voor u. Vergeet niet voor mij te bidden.

+ Franciscus P.P.

 

(c) Copyright: Libreria Editrice Vaticana